donderdag 03-05-2012
- Marleen Damen
Weer terug!
Mijn zwangerschapsverlof zit er weer op. Allereerst wil ik iedereen bedanken voor alle hartelijke felicitaties. En wat viel ik met mijn neus in de Haagse boter!In mijn eerste week begon de Kamerbehandeling van het Wetsvoorstel werken naar vermogen.
Een ware marathonsessie van meer dan 30 uur. De behandeling van de wet werd zeer serieus genomen door de Kamerleden. Dat bleek ook al uit de voorbereiding: in totaal ruim 800 schriftelijke vragen. En terecht! De wet heeft grote consequenties voor de kansen op werk voor veel mensen die het op eigen kracht vaak niet redden. Het zag er naar uit dat ondanks alle amendementen en vragen van de oppositie onze grootste zorgen rondom de wet niet zouden worden weggenomen en dat de staatssecretaris halsstarrig zou vasthouden aan de wet zoals hij die had ingediend.
En toen was het zaterdag. Het bericht kwam naar buiten dat de Catshuisonderhandelingen mislukt waren en het kabinet dus hoogst waarschijnlijk haar ontslag zou aanbieden aan de Koningin. Wat zou dit betekenen voor de WWNV, zou die controversieel worden verklaard? Op maandag heb ik met de collega’s van het bureau de verschillende scenario’s doorgenomen en doordacht. Het was ook heel prettig dat we in dezelfde week de regiobijeenkomsten hadden. In de eerste plaats vond ik het erg leuk om alle leden weer te spreken. Na een weekje Den Haag erg verfrissend om weer te horen waar het eigenlijk allemaal echt om gaat. Het was ook fijn om direct bij de leden de lobbypunten voor de korte en lange termijn te toetsen. En dat bleek nodig, want gedurende de week veranderde de situatie opnieuw radicaal. . Tijdens de eerste regiobijeenkomsten in Apeldoorn en Assen zag het er naar uit dat het wetsvoorstel controversieel zou worden verklaard. Op woensdag in Uden ging dit al schuiven en op donderdag was daar de ‘Kunduzcoalitie’.
Die coalitie heeft geen afspraken gemaakt over de WWNV, maar in het Kamerdebat bleek wel dat zich een meerderheid aftekent voor het laten doorgaan van de wet met de nodige aanpassingen. De politieke verhoudingen zijn verschoven en anders dan tijdens de Kamerbehandeling lijkt er nu wel ruimte voor onderhandelingen, onder andere over de financiële kaders. En dat is goed nieuws want daar zat immers ons grootste bezwaar tegen de huidige wet.
Wij zullen de ontstane ruimte natuurlijk aangrijpen om onze punten opnieuw in te brengen en hopelijk leidt dat tot een WWNV die wél werkt en waardoor wel meer mensen aan het werk gaan. Ik denk ook dat het goed is dat we doorgaan met de hervorming van de sector, waar eigenlijk iedereen voor is. Want tijdens de regiobijeenkomsten is mij weer heel duidelijk geworden dat alle bedrijven volop bezig zijn met de noodzakelijke hervormingen. De herstructureringsplannen zijn ingediend en het proces is in volle gang. Met de rem op dit proces en het uitstellen van keuzes is niemand geholpen.
vrijdag 20-04-2012
- Iris van Bennekom
De Tweede Kamer en de Wet werken naar vermogen
De Tweede Kamer heeft deze week bijna vier dagen lang gedebatteerd over het Wetsvoorstel werken naar vermogen. Het was voor ons het sluitstuk van een intensieve lobby in de richting van de Tweede Kamer. We hebben als sector ons uiterste best gedaan om de kansen en de problemen rond de wet goed over het voetlicht te krijgen. Dat is in principe ook gelukt: alle Kamerleden hadden met name de budgettaire problematiek rond het wetsvoorstel scherp op het netvlies. Voorafgaand aan de behandeling van het Wetsvoorstel hebben we samen met VNG en Divosa nog een petitie aangeboden aan de Kamer waarin we vragen om de extra beschikbare financiële middelen per 2013 al beschikbaar te stellen. Onze inspanningen, en ook die van de andere betrokken partijen, hebben er helaas niet toe geleid dat de extra middelen per volgend jaar worden vrijgemaakt. De gedoogcoalitie hield strak vast aan de afspraken in het regeerakkoord. En ook de onderhandelingen in het Catshuis speelden ons duidelijk parten.
Er moet nog worden gestemd over de moties en amendementen, maar de contouren zijn inmiddels wel helder. Er komt, zoals gezegd, geen extra geld voor de begeleiding van mensen naar regulier werk per 2013. De coalitie koos ervoor eerst een evaluatie te houden in 2014. Als uit deze evaluatie blijkt dat gemeenten inderdaad te weinig budget hebben, kan eventueel de 100 miljoen (structureel) uit de ‘RUD-gelden’ beschikbaar komen voor de sector.
Wel krijgen gemeenten misschien iets meer lucht door een motie van het CDA. Hierin wordt de regering opgeroepen te onderzoeken of in de systematiek voor de vaststelling van het macrobudget kan worden geregeld dat gemeenten een substantieel deel van het overschot en tekort op het uitkeringsbudget langer kunnen behouden. Staatssecretaris De Krom gaat hierover praten met de VNG als gemeenten dan ook bereid zijn mee te delen in het verlies bij tegenvallende resultaten. Dat is positief, al moeten we natuurlijk nog afwachten hoe de regeling er precies uit gaat zien en wat wordt verstaan onder een ‘substantieel deel’.
Tot slot ziet het er naar uit dat de bureaucratische rompslomp sterk wordt verminderd door het schrappen van de toegangstoets voor loondispensatie. De staatssecretaris heeft deze motie ontraden, maar er lijkt wel een meerderheid voor te zijn.
Dinsdag 24 april stemt de Kamer over het wetsvoorstel en dan wordt definitief duidelijk welke moties en amendementen een meerderheid krijgen. Voor nu wil ik vast alle leden enorm bedanken voor hun inzet en betrokkenheid bij de lobby die we in de afgelopen periode hebben gevoerd in de richting van de politiek. Veel leden hebben zich hiervoor ingespannen. Het is jammer dat dit op financieel gebied nog niet heeft geleid tot concrete oplossingen, waarmee we de Wet werken naar vermogen ook echt een vliegende start kunnen geven.
Na dinsdag zal de regering het wetsvoorstel indienen bij de Eerste Kamer. De planning is erop gericht dat die het wetsvoorstel nog voor het zomerreces behandelt. Op basis van de toezeggingen en moties zullen wij onze lobby doorzetten; het is nog geen gelopen race! Intussen gaan wij uiteraard hard aan de slag met onze plannen voor de implementatie voor de wet. We richten onze blik vooruit en gaan plannen uitwerken om – met de beperkte financiële middelen- toch zo goed mogelijk deze wet uit te voeren. We hebben daar al een aantal ideeën voor, mede op basis van uw inbreng . De extra banen bijvoorbeeld die zijn afgesproken met VNO-NCW (10.000 banen via een afspraak met de PvdA en 5.000 werkervaringsplaatsen), willen we graag gaan invullen. Uiteraard in samenwerking met andere relevante partijen, ik sprak hier bijvoorbeeld deze week over met Hans Kamps, de voorzitter van de ABU. Over de plannen voor de implementatie kom ik op korte termijn graag bij u terug. En ik hoop natuurlijk nog meer inspiratie op te doen tijdens de komende regiodagen. Graag zie ik u volgende week!
maandag 12-03-2012
- Iris van Bennekom
Gedrevenheid, betrokkenheid én zorgen..
Afgelopen week mocht ik Cedris op verschillende podia vertegenwoordigen. Onderwerp van gesprek, hoe kan het ook anders: Werken naar vermogen. Gedrevenheid, betrokkenheid, maar ook zorgen voerden de boventoon bij het publiek.
Met René Paas verzorgde ik voor CDA Brabant een inleiding over Werken naar vermogen. Gastheer was !GO, het SW-bedrijf in Oosterhout. Voor het CDA was het debat een manier om de nieuwe strategische visie van het CDA in te kleuren aan de hand van de concrete en actuele thematiek. Werken naar vermogen is een prachtige toetssteen voor die nieuwe strategische visie van het CDA. Het zijn immers voor het CDA belangwekkende thema’s: de reikwijdte van solidariteit, betrokkenheid bij de doelgroep en in hoeverre de overheid mensen in staat stelt zélf weer aan de slag te komen.
Want dat is uiteindelijk natuurlijk de vraag: wordt het doel van de wet –meer mensen aan de slag bij gewone werkgevers – gerealiseerd? Mijn antwoord daarop in Brabant was daarop helder. Cedris ziet immers veel goeds in de nieuwe wet. Alleen: om de wet te laten werken zoals deze is bedoeld moet er in de eerste jaren geld bij. Dan pas draait de wet naar vermogen. De zaal reageerde uiterst betrokken bij het onderwerp. Ook mensen uit de doelgroep kwamen aan het woord met emotie. Een bezorgde vader maakte veel indruk met betoog over de onzekere toekomst van zijn gehandicapte zoon.
Later die week mocht ik het woord voeren bij een bijeenkomst van de VNG voor wethouders sociale zaken. En ook daar trof ik grote betrokkenheid en bereidheid aan om van de wet een succes te maken, maar ook bezorgdheid over de pijnlijke keuzes die gemeenten moeten maken. Want wie kun je met het schaarse budget nog helpen en wie niet? Het voorstel van Cedris om de 100 miljoen die Donner in het vooruitzicht heeft gesteld voor het geval de wet financieel niet uitkomt sowieso naar voren te halen, werd met applaus ontvangen. Gelukkig kan de wet ook beter met aanpassingen die géén geld kosten. Bijvoorbeeld door bureaucratische rompslomp (zoals twéé periodieke toetsen voor loondispensatie) te schrappen. Tijdens de hoorzitting op 14 maart in de Tweede Kamer zal ik dus ook pleiten voor de afschaffing van de toegangstoets. Ik zie er naar uit om onze inzet en visie nog eens helder over het voetlicht te brengen bij onze volksvertegenwoordigers.
Hiertoe heb ik deze week ook nog inspiratie opgedaan bij Ergon en IBN. Ik heb de assemblage voor DAF mogen bewonderen in Geldrop waar 300 medewerkers van Ergon aan de slag mogen. Ook werd ik rondgeleid in het productiebedrijf van IBN in Veghel, waar automatten en ook prachtige designlampen worden gemaakt. Mooie producten en een professionele omgeving. Onze leden stralen in alles uit dat mensen trots mogen zijn op wat ze tot stand brengen. Dat ze niets anders doen met en voor hun mensen dan werken naar beste vermogen. En dat laatste mag u ook van Cedris verwachten in aanloop naar de Kamerbehandeling van de wet in april!
donderdag 02-02-2012
- Iris van Bennekom
De temperatuur van het badwater..
Mijn voorzitterschap begon met een sprong in het diepe: de presentatie van Maatschappelijk verantwoord bezuinigen en gesprekken daarover met staatssecretaris De Krom, Kamerleden en stakeholders. Daardoor heb ik snel de temperatuur van het badwater kunnen voelen en écht kennis gemaakt met de sector.
Zo was ik bij Vixia en MTB die al volop de slag maken naar Werken naar vermogen. Zoals ze bij Vixia zeggen: Het roer moet om en we houden koers! MTB zoekt al naar kansen om samen met andere maatschappelijke partijen straks zorg te dragen voor de groep mensen met de allerlaagste productiviteit. Waar liggen de kansen bij de decentralisering van de WMO en de jeugdzorg? Hoe kun je straks door slimme samenwerking zo efficiënt en doelmatig mogelijk mensen zinvol werk bieden?
Tegelijkertijd is ook in Limburg zichtbaar dat het niet vanzelf gaat. Er komt een krappere arbeidsmarkt, maar nú is er een recessie. Voor MTB en Vixia is het zoeken naar kansen, in de dienstverlening bijvoorbeeld of in publieke voorzieningen. Ook het maken van een goede match gaat in de praktijk niet vanzelf, schaafwerk aan de vraag- en aanbodzijde is noodzakelijk. Niet alleen mensen moeten begeleid worden naar werk, maar ook de baan moet op maat worden gesneden. Dat vraagt om de nodige expertise, het kost tijd en ook geld.
Die praktijkverhalen vertel ik graag in Den Haag, onlangs ook bij de staatssecretaris. En dan staan we best dicht bij elkaar. De staatsecretaris ziet de kracht van de sector. De sector deelt zijn ambitie voor Werken naar vermogen. Dat is logisch, SW-bedrijven kennen het verborgen potentieel van de doelgroep als geen ander en willen dat benut zien in een baan bij een gewone werkgever. Vanzelf gaat het niet, dat is waar. Maar is het niet veel verstandiger om de 200 miljoen die de staatssecretaris nu extra uittrekt voor uitkeringen, te gebruiken om mensen aan een baan te helpen? Ook de staatssecretaris wil vast het kind niet met het badwater weggooien..
Iris van Bennekom
P.S. Het goede nieuws dat ik net krijg, wil ik u niet onthouden. De directeur van Cedris, Marleen Damen, is op 31 januari bevallen van Pleun, een gezonde dochter!
dinsdag 20-12-2011
- Marleen Damen
De laatste loodjes

Het einde van het jaar nadert. En daarmee begint mijn zwangerschapsverlof. De komende tijd probeer ik Cedris een beetje los te laten en me voor te bereiden op andere zaken.
Het loslaten zal niet meevallen want het is en blijft een spannende tijd voor de SW-sector. Hoe zal Werken naar vermogen nu echt vorm gaan krijgen? Lukt het om in de lobby onze zorgen over het wetsvoorstel over het voetlicht te brengen in het Haagse? Hoe zorgen we ervoor dat Werken naar vermogen ondanks alle zorgen die er zijn toch een succes wordt en er daadwerkelijk meer mensen aan het werk gaan? En natuurlijk: hoe ondersteunen we onze leden zo goed mogelijk bij de implementatie?
Nog net voor het einde van het jaar is bekend geworden wat de criteria zijn voor de herstructureringsfaciliteit en op welke termijn de plannen er moeten liggen. Dat betekent flink aanpoten. Hierbij willen we graag een handreiking bieden zodat niet iedereen zelf het wiel hoeft uit te vinden. En ervoor zorgen dat verantwoordingsinformatie eenduidig en maar een keer wordt uitgevraagd.
Daarnaast starten we in januari met ons ondersteuningsprogramma voor de leden. Er komen diverse bijeenkomsten voor verschillende doelgroepen, zowel gericht op de inhoud als op intervisie. De eerste reacties van leden zijn zeer enthousiast.
Allemaal kwesties die ik de komende maanden met wat grotere afstand ga beschouwen, maar waar het bureau hard mee aan de slag gaat. De overdracht is goed geregeld en ik laat het bureau met een gerust hart achter. Petra Klap, die ons eerder heeft geadviseerd op het terrein van de lobby, zal tijdens mijn verlof een aantal dagen per week aan de slag gaan om samen met de anderen de lobby-agenda voor 2012 op te stellen en uit te voeren. Jullie zullen zeker meer van haar horen.
Begin van het nieuwe jaar ligt ook de populaire versie van het jaarplan op de mat waarin compact staat aangegeven wat jullie het komende jaar van Cedris kunnen verwachten. Via een verbeterde versie van de website die in januari wordt gelanceerd, wordt informatie overzichtelijker aangeboden en ik hoop dat er flink gebruik gemaakt gaat worden van de kennisbank. Om informatie te halen en te brengen. Voor nu wens ik jullie allemaal fijne feestdagen een goed 2012. We zien elkaar weer tijdens de regiobijeenkomsten in april.
maandag 05-12-2011
- Iris van Bennekom, voorzitter
Maatschappelijk verantwoord bezuinigen
Vandaag hebben we ons ‘Pleidooi voor maatschappelijk verantwoord bezuinigen’ gepresenteerd. Tijdens een persconferentie hebben Cedris-directeur Marleen Damen en ik het plan uitgebreid toegelicht. Nu is het de beurt aan de politiek om hierop te reageren.
Het plan is ontstaan vanuit de behoefte om constructief mee te denken met het kabinet over de uitwerking van de Wet werken naar vermogen. Want Cedris is in principe heel positief over die wet. Net als het kabinet zijn wij voorstander van één regeling voor alle groepen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Gemeenten moeten hiervoor verantwoordelijk worden, zij staan het dichtst bij de burger. Ook het streven van het kabinet om mensen zoveel mogelijk bij gewone werkgevers aan de slag te helpen, ondersteunen wij van harte.
Maar tegelijkertijd maken wij ons grote zorgen of door de bijbehorende bezuinigingen de doelstelling van de wet wel gehaald gaat worden, namelijk om zoveel mogelijk mensen aan de slag te helpen. Wij denken dat dit heel lastig gaat worden.
Oorzaak zijn de hoge loonkosten voor de huidige groep Wsw’ers. Deze groep behoudt in de plannen van het kabinet recht op hun cao. De kosten daarvan drukken zwaar op het budget. Zo zwaar dat in 2015 80% van het budget opgaat aan die loonkosten. Het zijn kosten die voor SW-bedrijven niet zijn te beïnvloeden. Bovendien zal de groep waar het om gaat slechts heel geleidelijk uitstromen.
Er blijft vooral op de korte termijn dus maar heel weinig geld over voor hulp aan mensen om aan de slag te komen. En dat ondermijnt de doelstelling van het kabinet én van ons. We pleiten er daarom voor om een overgangsperiode in te lassen, waarin tijdelijk wat extra geld beschikbaar is voor hulp aan mensen om aan het werk te komen. Want als we dat nu niet doen, zadelen we onszelf op met nog grotere problemen. Financiële problemen omdat het aantal uitkeringsgerechtigden zal toenemen. Maar ook maatschappelijke problemen omdat die mensen werkloos thuis komen te zitten.
Ik hoop dat we met ons plan een goede bijdrage hebben kunnen leveren aan de politieke discussie hierover. Ik ga met grote interesse het debat volgen tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van SZW, volgende week.
donderdag 10-11-2011
- ir. J.M. Leemhuis-Stout, voorzitter
Tot ziens

Omzien en vooruitkijken, dat doe je als je afscheid neemt. De afgelopen drie jaar heb ik met genoegen voor deze sector gewerkt. Met trots ook. SW-bedrijven bieden mensen geschikt werk, zodat ze – zoveel mogelijk – in staat zijn op eigen benen te staan. Om verantwoordelijkheid te nemen in het leven. Dat spreekt me aan: de kracht van mensen staat centraal, niet hun problemen of de handicap.
Die houding, kijken naar de kánsen en niet de beperkingen, kenmerkt de sector. Vandaar ook dat SW-bedrijven - al ver vóór dit kabinet aantrad - , pleitten voor één regeling, waarbij mensen veel meer dan nu het geval is bij gewone werkgevers aan de slag gaan. Dapper en verstandig, omdat de sector niet koos voor zekerheid van het bestaande, verouderde stelsel, maar de blik richtte op de toekomst. Samen met anderen overigens. Een ongekend brede coalitie van VNG, Divosa, vakbonden en Cedris onderschreef al in 2008 het pleidooi van de commissie De Vries voor één regeling voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
De Wet werken naar vermogen is de wat schamele uitkomst van de zoektocht naar die ene regeling geworden. In de tussentijd is het kabinet het brede draagvlak voor verandering kwijt geraakt. De oorzaak is bekend. De wet is inhoudelijk weliswaar een stap vooruit, maar de bezuinigingen maken dat de ambities van het kabinet én de sector niet waargemaakt kunnen worden. Daardoor zullen minder mensen aan de slag komen in plaats van méér.
Het laatste woord over de bezuinigingen is nog niet gezegd. Feit blijft wel dat in de tussentijd kostbare tijd verloren gaat.
Bij een afscheid kan dit somber stemmen. Toch ben ik dat niet. Onder een moeilijk gesternte moeten gemeenten, UWV en SW-bedrijven opnieuw de zorg voor de nieuwe beschutte groep en de mensen die gaan vallen onder werken naar vermogen gaan invullen. Ongetwijfeld verandert er veel, maar expertise en ervaring die de SW-bedrijven hebben opgebouwd bij het aan de slag helpen van mensen bij gewone werkgevers, blijven de komende jaren van onschatbare waarde.
Waarom? SW-bedrijven zijn in staat werkgevers te ontlasten. SW-bedrijven zijn geworteld in de regio, waardoor ze duurzame relaties op hebben gebouwd met werkgevers en gemeenten. En tot slot: SW-bedrijven kénnen mensen waar ze voor werken. Ze begrijpen hun beperkingen, maar ze zien meer, ze zien vooral hun mogelijkheden, hun motivatie en hun talent. En al dat talent tot bloei laten komen, dat is waar de sector voor staat. Dat maakt het vanzelfsprekend de bestaande expertise voor de uitvoering van Werken naar vermogen te gebruiken.
dinsdag 18-10-2011
- Marleen Damen
Regiobijeenkomsten

Afgelopen week stond in het teken van de regiobijeenkomsten. Ook deze keer zijn de bijeenkomsten goed bezocht door de leden. Het was weer inspirerend. De bijeenkomsten geven een goed beeld van waar de leden mee bezig zijn. Dit biedt veel input voor onze plannen voor de toekomst om de leden zo goed mogelijk te ondersteunen. Dit gaan we onder andere doen door het opstarten van een innovatieprogramma voor de sector om de positie van de sector verder te versterken. En het organiseren van intervisiebijeenkomsten voor de leden. Verrassend was dat er behoefte is om dit deels samen te doen met directeuren van gemeentelijke sociale diensten om elkaars werelden beter te leren kennen.
Natuurlijk is ook gesproken over het advies van de commissie Westerlaken. Er is steun vanuit de leden voor de financiële analyse van de commissie. Als het gaat om de inhoudelijke voorstellen zijn de reacties wisselend. In ieder geval ziet het merendeel van de leden voldoende aanknopingspunten om het gesprek met de gemeenten aan te gaan over de toekomstige rol en positie van het SW-bedrijf. Samen met de VNG zal nog een uitgebreidere reactie richting politiek worden gemaakt.
Vlak voor de bijeenkomsten hadden we een nieuwtje te melden. Het bestuur heeft Iris van Bennekom voorgedragen als nieuwe voorzitter van Cedris. Een vrouw met een uitstekend netwerk in ‘het Haagse’ en veel affiniteit met de doelgroep. Ik verheug me erop haar kennis te laten maken met de leden tijdens de algemene ledenvergadering van 16 november aanstaande. Na afloop van deze vergadering zullen we afscheid nemen van onze huidige voorzitter, mevrouw Leemhuis.
Ik sluit af met twee personen die op dit moment de sector goed op de kaart zetten.
Peter Teesink, directeur van iederz in Groningen is doorgedrongen tot de laatste drie kandidaten voor de titel “Overheidsmanager van het jaar” .
Ook Elles Reusen, communicatiemanager van Sallcon Werktalent in Deventer is genomineerd. Zij behoort tot de laatste tien kandidaten voor de titel “Communicatiemanager van het jaar”.
Natuurlijk duim ik dat beiden er met de titel vandoor gaan.
donderdag 15-09-2011
- Ir. J.M. Leemhuis-Stout
Commissie Westerlaken: een waardevol advies

Donderdag presenteerde de commissie Westerlaken een waardevol advies over de toekomst van de sociale werkvoorziening. De commissie was ingesteld door de VNG en Cedris met als doel een perspectief te scheppen voor een sociale werkvoorziening die in de toekomst kan bijdragen aan het naar vermogen laten werken van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ook wilden we graag helderheid over onder welke (financiële) randvoorwaarden een verantwoorde transitie mogelijk is. VNG en Cedris wilden graag dat een onafhankelijke commissie hier naar zou kijken, omdat de discussie met het kabinet in een patstelling is beland.
Ik ben positief over het werk van de commissie. Ze zetten in hun rapport heel scherp neer hoe de wet gaat leiden tot grote financiële problemen voor gemeenten. De commissie spreekt van een “welhaast onmogelijke opdracht” voor de sector. En ze noemt het “een vorm van kannibalisering die contraproductief is voor de maatschappelijke doelstelling: meer mensen actief in het reguliere bedrijfsleven en beschermd werk.” De commissie acht het risico groot dat het systeem “krakend vastloopt”.
Het zijn scherpe bewoordingen, maar ze spreken mij zeer aan. Cedris en de VNG hebben keer op keer benadrukt dat de loonkosten van de huidige groep van 100.000 Wsw-ers een dusdanig groot beslag op het budget gaan leggen, dat er nauwelijks meer geld overblijft voor hulp aan de 500.000 mensen die straks vallen onder Werken naar vermogen.
Drie punten in het rapport spreken mij bijzonder aan:
1. Het pleidooi van de commissie voor detachering. SW-bedrijven weten dat dit een middel is dat heel goed werkt. Werkgevers willen best mensen met een beperking aan de slag helpen, maar ze willen geen risico en administratieve rompslomp. Door middel van detachering nemen SW-bedrijven werkgevers die zorgen uit handen.
2. De commissie wil beschut werk zoveel mogelijk samen organiseren met de dagbesteding. Dat lijkt mij uit oogpunt van efficiëntie ook logisch. Uiteraard hebben mensen uit de dagbesteding meer begeleiding nodig en is ook de financiering anders geregeld. Maar in essentie lijkt het efficiënt om dit gezamenlijk te organiseren.
3. Maar het belangrijkste punt blijft natuurlijk het financiële gat dat gaat ontstaan. De commissie ziet een aantal oplossingen. Eén van die oplossingen is om mensen die nieuw instromen in beschut werk en mensen die nu op de wachtlijst staan, niet onder de oude, gunstige arbeidsvoorwaarden in te laten stromen. Zij zouden onder de soberdere voorwaarden van Werken naar vermogen aan de slag moeten. Ik sluit me daar van harte bij aan, het verzacht het financiële probleem.
En het is eerlijker om te vermijden dat er verschillen in beloning gaan ontstaan, waarbij de groep met het laagste niveau (beschut werk) de meest gunstige arbeidsvoorwaarden heeft. Het stimuleert deze groep ook niet door te stromen naar begeleid werken of detachering bij een gewone werkgever.
De commissie ziet dus oplossingen die de financiële pijn kunnen verlichten. Maar de commissie geeft ook aan dat dit mogelijk niet genoeg is. Dat is ook mijn vrees. De commissie geeft vier mogelijke oplossingen aan die dan in beeld kunnen komen, eventueel in combinatie met elkaar. Want er zal dan toch extra geld gevonden moeten worden. Ik hoop dat het kabinet daar goede nota van neemt.
Maar: de commissie geeft terecht aan dat de sector ook zelf aan de slag moet . Er is in de afgelopen jaren al veel veranderd in de sector, maar die verandering moet sneller worden doorgezet. We moeten meer mensen aan het werk helpen bij gewone werkgevers. De SW-sector als productiebedrijf is achterhaald en waar er nu nog productie is, moet dat versneld worden afgestoten. En we moeten ons nog sterker gaan richten op de werkgever: die moet uiteindelijk de mensen waar het om gaat werk bieden.
Wat betreft dat laatste punt: werkgevers willen graag één centraal aanspreekpunt. Versnippering, waar de commissie over spreekt, is daarbij uit den boze. Cedris heeft dit eerder al onderkend en heeft samen met Divosa Locus opgericht. Locus sluit partnerschappen met grote bedrijven om mensen met een beperking aan de slag te helpen. Dat is met name handig voor bedrijven die verspreid over het land vestigingen hebben. Zo bereiken ze met één afspraak al hun vestigingen.
Maar: we moeten ook niet doorslaan in de centralisering. Voor grote werkgevers is dit zonder twijfel handig. Maar er bestaat ook nog zoiets als de slager om de hoek. Als die iemand met een beperking in zijn bedrijf aan de slag wil helpen, moet die gewoon bij het eigen SW-bedrijf aan kunnen kloppen. Zo iemand moet je niet doorverwijzen naar een vestiging vele kilometers verderop.
Een waardevol advies dus van de commissie, dat we nog nader gaan bestuderen. Ik kondig nu vast aan dat Cedris nog met een meer uitgebreide reactie komt waarin we meer in detail ingaan op de punten die de commissie noemt.
maandag 15-08-2011
- Marleen Damen
Terug van vakantie
Vóór de vakantie hebben de medewerkers van Cedris twee dagen “op de hei” gezeten. Niet letterlijk want het hotel lag dichtbij het strand. Dus eigenlijk zaten we “op het strand”. Tijdens deze twee dagen hebben we met z’n allen vooruit gekeken. Wat moet er nu allemaal gebeuren om de nieuwe ontwikkelingen rondom Werken naar vermogen zo goed mogelijk op te pakken? Voor 2012 hebben we weer aardig wat plannen gemaakt die we met u tijdens de regiobijeenkomsten en de ALV zullen bespreken.
Vakantie is voor mij de tijd waarop ik terugkijk op de afgelopen periode en vooruit kijk. De afgelopen periode was zeer roerig. Er is veel energie gaan zitten in het proberen te overtuigen van de politiek dat de nieuwe Wet Werken naar vermogen niet is wat de sector ervan gehoopt had. Tegelijkertijd is de realiteit dat er een Kamermeerderheid voor de plannen is en dat de kans dus groot is dat de nieuwe wet er gaat komen.
Het is zaak om ons via de lobby te blijven verzetten tegen de nadelige effecten van de nieuwe wet. Er wordt hard gewerkt aan een position paper met de actuele standpunten van Cedris. U krijgt dit zo snel mogelijk. Ook gaan we samen met de VNG de woordvoerders in de Tweede Kamer via zogeheten verdiepingssessies uitgebreid bijpraten over de consequenties van de Wet Werken naar vermogen. En we blijven natuurlijk op alle mogelijke manieren via de publiciteit aandacht vragen voor onze standpunten.
Maar we moeten niet alleen stilstaan bij de nadelen van de nieuwe wet: we moeten ook de kansen zien. Kansen voor onze leden om te laten zien wat zij te bieden hebben. De komende tijd moeten wij er met elkaar alles aan doen om de SW-bedrijven op de kaart te zetten als dé uitvoerder van de Wet Werken naar vermogen. Dit kan door de veranderslag, waar de sector zelf al langere tijd mee bezig is, versterkt door te zetten. En landelijk en in de regio te laten zien wat wij als sector in huis hebben. De krachten die we de afgelopen ALV met elkaar hebben vastgesteld kunnen hierbij behulpzaam zijn.
Mijn eerste werkdag na de vakantie begon gelijk met een extra ALV. Ondanks dat een quorum niet vereist was waren er toch nog aardig wat leden. Geweldig! De statuten zijn nu vastgesteld. Ook is Lisette Bosch van Wedeo Doetinchem benoemd in het bestuur en kan het bestuur op volle kracht de komende spannende periode tegemoet treden.
maandag 27-06-2011
- ir. J.M. Leemhuis-Stout
Meer mensen aan de slag? Ontlast de werkgever
Naast blijvende aandacht die Cedris schenkt aan de financiële randvoorwaarden voor Werken naar vermogen is een minstens zo belangrijke vraag of de regeling voldoende aantrekkelijk is voor werkgevers.
Vrijdag was ik in het Nutshuis in Den Haag op een bijeenkomst van Cedris met als titel ‘Wat wil de werkgever?’ Het is een essentiële vraag, omdat werkgevers uiteindelijk de plannen voor Werken naar Vermogen waar moeten gaan maken. We willen allemaal dat mensen met een beperking zoveel mogelijk bij een gewone werkgever aan de slag gaan, maar dan moeten die banen er wel zijn. De nieuwe Wet Werken naar vermogen moet dit mogelijk maken. Cedris wil het kabinet graag ondersteunen om de wet op dit punt valide en toekomstbestendig te maken.
Vandaar ook dat Cedris had besloten de wensen, motieven en drijfveren van werkgevers eens goed te laten onderzoeken door een onafhankelijk bureau. De resultaten vindt u hier. De resultaten zijn hoopgevend, ik kan niet anders zeggen. 37 procent van de werkgevers blijkt nu al mensen met een beperking in dienst te hebben en een kwart van de werkgevers wil dat waarschijnlijk in de komende vijf jaar doen.
Ook maakte het onderzoek duidelijk wat werkgevers als voorwaarde stellen om mensen uit deze groep een kans te geven. Ze willen financiële compensatie uiteraard, omdat mensen met een beperking een lagere arbeidsproductiviteit hebben. Ze willen zo min mogelijk risico’s lopen. En ze willen geen kopzorgen: de administratieve rompslomp en de begeleiding moet goed geregeld zijn.
Dat is waarom detacheringen zo ideaal zijn. De medewerker blijft dan in dienst van het SW-bedrijf en het SW-bedrijf neemt de werkgever alle kopzorgen en risico’s uit handen. Ook de aanwezige werkgevers hamerden daar op. Ik vond het mooi om te zien hoe bevlogen zij bezig zijn met het aan de slag helpen van onze doelgroep. Zij gaven aan dat het gemotiveerde, loyale medewerkers zijn die zorgen voor kwaliteit en continuïteit. Eén van de werkgevers vertelde zelfs dat zijn voorkeur uitging naar medewerkers van het SW-bedrijf boven die van het uitzendbureau. Maar de begeleiding moet wel op orde zijn, zo stelde hij duidelijk.
Helaas is daar in de plannen van de staatssecretaris voor Werken naar Vermogen onvoldoende geld voor beschikbaar gesteld. Een gemiste kans om werkgevers over de streep te trekken. Voor Cedris blijft dit een voortdurend een punt van zorg. Ook tijdens de bijeenkomst heb ik dit onder de aandacht van de staatssecretaris gebracht.
De bijeenkomst heeft mij verder geïnspireerd om de komende tijd echt werk te maken van de werkgeversaanpak. De sector wordt daarin ook van buitenaf gesteund. Steeds vaker wordt van werkgevers verwacht dat ze maatschappelijk verantwoord ondernemen, het is bijvoorbeeld een kwaliteitseis in de ISO-normering (ISO 26000 voor MVO).
Onze opdracht is om werkgevers te bereiken, de onbekendheid met de sector wegnemen en hen wijzen op de mogelijkheden die er zijn. Ik denk daarbij ook aan een nieuw initiatief als Locus, waarmee landelijke werkgevers beter ‘bediend’ kunnen worden. De sector is bereid die handschoen op te pakken, ik hoop met steun van het kabinet.
donderdag 03-03-2011
- ir. J.M. Leemhuis-Stout
Geen woorden maar daden

Minister-president Rutte zei maandag jl. in de uitzending van Pauw en Witteman dat hij het ‘asociaal’ vindt, dat 100.000 mensen in de sociale werkvoorziening (Wsw) ‘apart worden gezet van de samenleving in dozen in het weiland met een strik eromheen’. De minister-president stelt dat we die mensen – met een subsidie voor werkgevers – bij Albert Heijn aan de slag moeten helpen of in de groenvoorziening.
Met dat laatste ben ik hartgrondig eens. Al jaren spannen 92 sociale werkvoorzieningsbedrijven zich in om mensen zoveel mogelijk bij gewone werkgevers aan de slag te helpen. Bij Albert Heijn bijvoorbeeld. Of in de groenvoorziening.
Dat is succesvol: het percentage mensen in de Wsw dat met begeleiding en subsidie bij gewone werkgevers aan de slag is, stijgt al jaren. Ondanks de economische crisis is de sector er ook het afgelopen jaar in geslaagd weer méér mensen aan de slag te helpen bij gewone werkgevers. Op dit moment werkt 28 procent van de Wsw’ers bij een gewone werkgever.
Sociale werkvoorzieningsbedrijven delen de ambitie van het kabinet om meer mensen met een beperking bij gewone werkgevers aan de slag te krijgen. Dat percentage kan vermoedelijk nog verder omhoog, blijkt uit de stijgende lijn van de afgelopen jaren. Wat Cedris zorgen baart, is dat het kabinet met de mond belijdt dat het meer mensen bij de gewone werkgevers aan de slag wil helpen, maar werkgevers in praktijk weinig lijkt te bieden.
Vanzelf lukt het namelijk niet, is de ervaring. Werkgevers betalen –terecht – alleen voor de productiviteit die iemand levert, voor het verschil moeten werkgevers worden gecompenseerd. Daarnaast is bijna nog belangrijker dat werkgevers worden ‘ontzorgd’. Dat kan door mensen op te leiden en te begeleiden als zich problemen voordoen. Dat kan door risico’s voor werkgevers weg te nemen, bijvoorbeeld bij ziekte. Dat kan door flexibele constructies aan te bieden waardoor de werkgever zijn personeel mee kan laten ademen met de productie in het bedrijf.
Het kabinet lijkt er vanuit te gaan dat werkgevers mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt ‘vanzelf’ in dienst nemen, misschien onder de toenemende druk van de krapte op de arbeidsmarkt. De praktijk leert echter dat financiële compensatie, opleiding en begeleiding nodig zijn. Dat verhoudt zich slecht met de zeer omvangrijke bezuinigingen – 1,8 miljard – op de budgetten daarvoor.
Dat maakt werkgevers kopschuw. Met de komende arbeidsmarkttekorten komen ze in de verleiding om productie te verplaatsen naar het buitenland of ze in zee gaan met uitzendbureaus met buitenlandse werknemers. Dat veroordeel ik niet, maar ik gun mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt die wíllen en met wat hulp ook kúnnen werken, de kans hun bijdrage te leveren.
Ik steun de minister-president van harte, als hij zegt dat meer mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt aan de slag kunnen bij gewone werkgevers. Maar ik verwacht van hem ook daden die zijn woorden kracht bij zetten.
donderdag 16-12-2010
- ir. J.M. Leemhuis-Stout
Een retourtje Den Haag - Winschoten

Om hun werk goed te doen, is het voor ‘Den Haag’ belangrijk voeling te houden met de praktijk. Daar zie ik ook een taak voor Cedris. En dan niet alleen door onze stem in overleggen te laten horen, maar ook door mensen vanachter hun bureau mee te nemen naar de werkvloer. Pas dan kun je het werk dat onze sector doet echt op waarde schatten. Vandaar ook dat we politici meenemen onze bedrijven in, maar dat doen we natuurlijk ook graag voor ambtenaren. Zo nodigden we onlangs mevrouw Hilgersom uit, de directeur-generaal die op het ministerie van SZW verantwoordelijk is voor de nieuwe regeling. Zij werd op 3 december ontvangen bij DZB in Leiden en sprak daar o.m. uitgebreid met werkgevers waar mee DZB samenwerkt.
Tijdens het bezoek kwam duidelijk naar voren hoe belangrijk de medewerking van het bedrijfsleven is om van de nieuwe regeling een succes te maken. Mevrouw Hilgersom zat met drie ondernemers aan tafel die scherp onder woorden brachten dat het bedrijfsleven van goede wil is, maar ook aangaven hoe belangrijk flexibele inzet van werknemers voor hun bedrijfsvoering is. En vanzelfsprekend moet ook financieel het plaatje wel kloppen. Eens te meer werd duidelijk dat banen zich niet in Den Haag laten regelen, hoe graag je dat misschien ook zou willen.
De weerbarstige praktijk kwam ik ook tegen bij een werkbezoek aan de SW-bedrijven in Uithuizen en Winschoten op 7 december tesamen met mevrouw Caroline van Wijgerden. We spraken daar uitgebreid met de directeur van Ability, de heer Lex van Geffen en met de directeur van Synergon, Ed Scherbeyn. We zagen onder andere de schitterende metaalafdeling bij Synergon. Een deel van de mensen doet daar heel hoogwaardig werk. Ed Scherbeyn vertelde me dat hij deze mensen graag bij gewone werkgevers aan de slag zou helpen, maar dat het lastig is dat in de regio zo weinig bedrijvigheid is. Ook Ability heeft met dit gegeven te kampen. Gelukkig kon ook daar een oplossing worden gevonden met onder meer de fabricage van kalvertaxi’s, kampeerwagens en bedden. Het feit dat Ability met 300 werknemers de grootste werkgever in de regio is, zegt wel wat in dit opzicht. Hoe graag je het ook anders zou zien: werkgelegenheid groeit niet aan de bomen...
Een dag erna stond Den Haag weer flink in de belangstelling met de begrotingsbehandeling van Sociale Zaken. Onze zorgen over de bezuinigingen en onze kanttekeningen bij de plannen voor de nieuwe regeling zijn in het Haagse niet onopgemerkt gebleven. Het was een prominent thema bij de begrotingsbehandeling dat bij de volle breedte van de Kamer de aandacht trok. Helaas ziet het er niet naar uit dat de bezuinigingen worden teruggedraaid. Een motie van de SP, GroenLinks en de PvdA krijgt geen steun van de regeringspartijen. Wel diende regeringspartij CDA een motie in om de staatssecretaris te laten kijken naar de mogelijkheden om de bezuiniging op de sector te verzachten door – vooruitlopend op de nieuwe regeling – een instroomstop op de Wsw in te voeren. De motie is aangehouden: we moeten zien wat de motie oplevert.
dinsdag 09-11-2010
- Marleen Damen
Spaanse inspiratie: de Postcodeloterij als co-financier voor de Wsw?
Je kunt je werkweek vervelender eindigen: in een zonnig Madrid – of in ieder geval zonniger dan het druilerige Nederland dat ik achterlaat – in gezelschap van PDC Brabant, medewerkers van Divosa en het ministerie van SZW. Hoewel we er niet voor komen, merk ik ook hoe goed het is, om de tijd te hebben eens wat langer door te praten met mensen van Divosa, SZW én natuurlijk onze eigen leden . Maar inhoudelijk staat centraal hoe ‘Fundosa’, de organisatie die hiervoor in Spanje verantwoordelijk is, gehandicapten aan de slag helpt. Interessante verschillen én interessante overeenkomsten.
Eén verschil valt meteen op: de financiering. Fundosa wordt betaald met opbrengsten van een grote Spaanse loterij. Bij mij roept dit beelden op van ‘liefdadigheid’. En in Nederland beschouwen we het als een verworvenheid dat mensen die niet gemakkelijk meekomen door de overheid worden geholpen en niet afhankelijk zijn van de ‘willekeur’ van liefdadigheidsinstanties.
Toch is het wél interessant om te zien hoe dit in Spanje werkt: het bedrag wordt, zonder de bemoeienis van de sponsoren, rechtstreeks overgedragen aan Fundosa. Mensen die een lot voor de loterij kopen, hebben ook het gevoel dat ze iets goeds doen voor gehandicapten in eigen land. Ik zie mezelf morgen de Postcodeloterij nog niet bellen, maar het kan met alle bezuinigingen in het verschiet geen kwaad om na te denken over aanvullende vormen van financiering.…
Terug in Nederland stort ik me op werk wat weer ingehaald moet worden, maar aan het eind van die week is er weer een fijn toetje. Met de redactie van het periodiek van Cedris én een aantal ‘meedenkers’ uit de sector brainstormen we over een nieuwe vormgeving en inhoud van ons blad. Ieder neemt zijn favoriete rubrieken en artikelen uit andere (vak)tijdschriften mee, wat dient als inspiratie. Na een zeer inspirerende sessie heb ik er alle vertrouwen in dat we met een heel mooi nieuw blad kunnen komen. We hopen u er volgend jaar mee te verrassen.
Alleen de titel van ‘t blad…. Bij de lunch waren we er nog niet uit. Heeft u een suggestie?
Marleen Damen
vrijdag 08-10-2010
- J.M. Leemhuis-Stout, voorzitter
De toekomst in zicht… Prinsjesdag en een nieuw kabinet

Het zijn drukke weken waarin de contouren van de toekomst van onze sector steeds zichtbaarder worden: Prinsjesdag, de kabinetsformatie en de regiobijeenkomsten.
Op Prinsjesdag bezoek ik samen met Marleen Damen de Felua-Groep. Constant Rijnbergen, de algemeen directeur, vertelt over de filosofie van het bedrijf: ‘Niemand meer binnen aan het werk.’ Met daarbij de erkenning dat er een ‘tenzij’ is voor een groep voor wie dat echt niet is weggelegd. Voor mij maakt zijn verhaal zichtbaar dat onze sector klaar is voor de toekomst. Klaar is voor één regeling, waarbij mensen in principe bij een gewone werkgever aan de slag worden geholpen. Harde voorwaarden zijn natuurlijk wel dat we de mogelijkheid hebben om in te spelen op de wensen van werkgevers en de middelen hebben om hen voldoende ondersteuning te bieden.
Verder staat Prinsjesdag vanzelfsprekend in het teken van de bezuiniging van 120 miljoen en het niet compenseren van de stijging van lonen en prijzen. In een interview met het RTL-nieuws spreek ik mijn teleurstelling uit over de visieloze bezuiniging van het demissionaire kabinet. Een bezuiniging die ten koste gaat van de ontwikkeling van werknemers uit de sector en haaks staat op de wens van het kabinet om meer mensen bij gewone werkgevers aan de slag te helpen.
Later op de dag spreek ik bij de Prinsjesdagborrel van VNO-NCW traditiegetrouw met veel bekenden uit het Haagse. Verschillende aanwezige journalisten geef ik ter plekke de reactie van Cedris op de net aangekondigde bezuinigingen.
Het blijft belangrijk om te investeren in de contacten met Kamerleden. Op 5 september ontvangen René van Holsteijn en ik Leon de Jong van de PVV bij IW4. Het Tweede Kamerlid is nieuw in de fractie. Wij praten hem uitgebreid bij over ontwikkelingen in de sector. Vanzelfsprekend krijgt hij ook een kijkje in de keuken van IW4: hij spreekt met mensen in een WWB-traject en praat met werkgevers, waar medewerkers van IW4 aan de slag zijn.
Tijdens de regiobijeenkomsten begin oktober valt de veerkracht van de bedrijven in de sector mij op. Natuurlijk is er verontwaardiging over de bezuinigingen, met name over de onvolkomen onderbouwing, het tempo en omvang ervan. Tegelijkertijd houdt men de blik gericht op de toekomst en ziet men de kansen die de plannen van het nieuwe kabinet óók bieden. Ook zie ik overal de energie en bereidheid zélf de hand aan de ploeg te slaan, door gezamenlijk te lobbyen voor alternatieven, maar ook door samen besparingsmogelijkheden te onderzoeken.
Naast mijn bezigheden voor Cedris, bepalen ook andere activiteiten mijn agenda. Het Nationaal Comité voor de herdenking van 4 en 5 mei rondt deze weken haar meerjarenbeleidplan af. Nu de generatie die de Tweede Wereldoorlog nog meemaakte minder bepalend wordt, geven vredesoperaties en internationale conflicten een nieuwe dimensie aan het herdenken en vieren op 4 en 5 mei. Jongeren leven via internet intensief mee met internationale conflicten. Dat in 79 landen ernstige ongeregeldheden plaatsvinden, geeft zo beschouwd ook een diepere betekenis aan het herdenken en vieren van de vrijheid hier in Nederland.
dinsdag 07-09-2010
- Marleen Damen, directeur
Inspiratie en transpiratie

De branchecode voor de sector neemt een vlucht. Ik ga mee op bedrijfsbezoek naar Alescon, een van de drie ‘proefkonijnen’, waar de vragenlijst voor de branchecode in praktijk mag worden getest. Herman Frankes, bestuurslid en voorzitter van de commissie kwaliteit, Joram de Does van Cedris, twee mensen van Berenschot (omdat zij ons ondersteunen bij de implementatie) en ik krijgen in één dag een ‘stoomcursus Alescon’. We spreken met de directeur, maar ook met mensen op de werkvloer, met een werkgever en met iemand van de gemeente. Het is een intensief programma. Dat moet ook: we willen niet als ‘bureaucraten’ een lijstje afwerken, maar een echt beeld krijgen van het bedrijf. En dat lukt: we krijgen in vogelvlucht een fascinerend kijkje in de keuken. Dat blijkt inspirerend en leerzaam voor alle betrokkenen. Voor de visiterende collega-bedrijven, voor het bureau, maar ook voor het bezochte bedrijf zelf. Later hoor ik terug van de directeur van Alescon dat het bezoek het bedrijf nieuwe energie gaf. Zo hoort het ook: wij moeten als sector het gevoel hebben dat de branchecode ons echt verder brengt.
Nieuwe inspiratie krijg ik op de jaarbeurs. Hier bespreken de leden – die in grote getale zijn gekomen – met elkaar hoe een nieuwe regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt eruit zou moeten zien. Vijf thema’s worden in deelsessies uitputtend besproken. De leden onderschrijven de koers naar een nieuwe regeling. Op sommige punten, zoals de arbeidsvoorwaarden en de beloning van medewerkers lijkt al echt een samenhangende visie te ontstaan. Op andere punten is er meer verscheidenheid. Een uitgebreid verslag is binnenkort op de website te vinden. Duidelijk is in ieder geval hoe intensief iedereen met dit onderwerp meeleeft. Terecht, want het is van groot belang.
Ondanks het uitblijven van het nieuwe kabinet is immers wel duidelijk dat de nieuwe regeling er op korte of langere termijn gaat komen. Naarmate wij als sector beter weten wat we willen, worden we minder in het defensief gedrongen en kunnen zelf een grotere stempel op de regeling te drukken. En dat is nodig, niet om ‘bedrijfsbelangen’ te verdedigen, maar omdat dit de kwaliteit van de regeling en dus ook het maatschappelijk belang ten goede zal komen.
Op inspiratie volgt transpiratie. Het bureau moet druk aan de slag om alles wat is ‘opgehaald’ te verwerken bij de implementatie van de branchecode en het uitwerken van de nieuwe regeling. U hoort er snel weer meer van!
maandag 23-08-2010
- Marleen Damen, directeur
De formatie en werkbezoek met Kamerleden

Nederland lijkt langzaam weer op gang te komen. Zelf ook drie weken ondergedoken in Italië en de stekker uit alle informatiekanalen getrokken. Bij terugkomst nog steeds geen nieuw kabinet. Daar wordt nog druk over onderhandeld. In relatieve stilte. Af en toe sijpelt er wat nieuws naar buiten. Deze week over forse kortingen op de re-integratiebudgetten. Er wordt zelfs gesproken over het volledig afschaffen ervan. Dat er kritisch wordt gekeken naar of het geld effectiever en efficiënter besteed kan worden snap ik. Maar wat de voordelen van fors korten of erger nog afschaffen zijn zie ik niet. Mensen thuis in de uitkering laten zitten met alle gevolgen van dien? Lijkt me een typisch geval van penny wise en pound foolish. Want we weten allemaal dat mensen die niet werken naast de uitkering nog vele andere kosten met zich meebrengen op het terrein van onder andere gezondheidszorg, welzijn, justitie. We gaan de komende maanden als bureau aan de slag dit inzichtelijk te maken, want dat blijkt meer dan ooit hard nodig.
De eerste werkdag direct twee werkbezoeken met kamerleden. Met Fatma Koser Kaya (D66) op bezoek bij DZB in Leiden. Een thuiswedstrijd. Toch altijd extra leuk om te zien wat voor mooie dingen er in je eigen stad gebeuren. Op bezoek bij “De Stal” een grand Café op het biosciencepark in Leiden waar allerlei groepen met een afstand tot de arbeidsmarkt worden opgeleid tot assistent horecamedewerker. Er worden mooie resultaten geboekt. Van de 23 kandidaten die het traject tot dusver hebben afgerond zijn er 20 uitgestroomd naar een reguliere werkgever. Daarna op bezoek bij een bedrijfsverzamelgebouw op het park waar DZB twee huismeesters heeft gedetacheerd. Tot slot een kijkje genomen bij DZB zelf, waar onder andere chocolade wordt gemaakt. Voor de komende maand staan er 250.000 “groene” chocoladeletters op de rol. En om meer Leienaren kennis te laten maken met DZB organiseren ze kinderpartijtjes “bonbons” maken. Ik weet waar ik volgend jaar de verjaardag van mijn oudste dochter vier! Fatma Koser Kaya is erg enthousiast over het werkbezoek en wil graag een keer met ons doorpraten over hoe zo’n ene regeling voor de onderkant er uit moet zien. Direct met haar afgesproken dat we binnenkort bij haar in Den Haag langskomen om daar met haar over door te praten!
Van Leiden naar Gouda met Cynthia Ortega Martijn (ChristenUnie). Daar het intake- en diagnose centrum bezocht en een reguliere werkgever waar medewerkers van Promen al langere tijd gedetacheerd zijn. Ortega Martijn vraagt de werkgever of hij voornemens is deze mensen via begeleid werken zelf in dienst te nemen. De werkgever is daar eerlijk en duidelijk over. Begeleid werken daar begint hij niet aan. Te veel risico’s en een te onbetrouwbare overheid. Verder met Ortega Martijn uitgebreid gesproken over hoe je waarborgt dat er werk en dus ook budget blijft voor de meest kwetsbare groepen die zijn aangewezen op beschut werk. De CU vindt het erg belangrijk dat dit in de toekomst blijft gewaarborgd.
Wat mij betreft nu al een groot succes die werkbezoeken. Het geeft echt de tijd om met Kamerleden van gedachten te wisselen en iets te laten zien van wat we als sector doen. Binnenkort volgen PVV, VVD en CDA.
vrijdag 23-07-2010
- J.M. Leemhuis-Stout, voorzitter
Eigenlijk zijn wethouders Sociale Zaken te bescheiden..

Wethouders van Sociale Zaken zijn soms bescheidener dan voort zou moeten vloeien uit hun verantwoordelijkheid. Misschien dat niet alle leden van Cedris deze stelling direct onderschrijven. Toch viel die bescheidenheid mij weer op op, toen ik een presentatie hield – op verzoek van de directie- voor bestuur en Raad van Commissarissen van één van leden van Cedris.
Ik heb de stellige indruk dat wethouders van Sociale Zaken zich niet altijd bewust zijn van de mogelijkheden van hun portefeuille. Iedereen maakt zich druk over de economische kracht van de regio. Maar een krachtige economie kan niet zonder een gedegen arbeidsmarktbeleid met een brede benadering. Welke werknemers hebben we nodig? Hoe binden we ze aan de streek? Wat vraagt dat van het onderwijs, van de ruimtelijke ordening, de zorg. En – ook – wat betekent die visie voor de mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt? Juist om die moeilijke groep verder te brengen, zijn ook antwoorden op de voorafgaande vragen nodig. Als je mensen succesvol op weg wilt helpen naar werk, moet je immers weten waar hun kansen liggen.
Daarom mogen wethouders van Sociale Zaken minder bescheiden zijn en over ‘de rand van de bijstandsbak’ kijken. Vanuit hun bovenliggende verantwoordelijkheid voor het arbeidsmarktbeleid mogen en kunnen ze een rol claimen die los staat van de verantwoordelijkheid voor specifieke beleidsterreinen, bij voorkeur in samenwerking met de wethouder van Economische Zaken. De VNG nodigt Cedris wellicht uit als spreker op twee symposia voor (nieuwe) wethouders in het najaar. Ik zal dat aangrijpen om een pleidooi te houden voor een brede visie op het arbeidsmarktbeleid. Zo’n brede visie is goed voor de gemeente en regio én dus goed voor SW-bedrijven. Een helder arbeidsmarktbeleid schept immers de kaders waarbinnen ook het SW-bedrijf de kans krijgt om goed te functioneren.
Niet alleen het arbeidsmarktbeleid bindt ons met de VNG. Zo hebben de heer Paas van Divosa en ik de VNG onlangs uitgebreid bijgepraat over het pleidooi dat Cedris en Divosa bij de informateurs hebben gehouden voor één regeling voor de ‘onderkant van de arbeidsmarkt’. Daarover kunnen in een eventueel bestuursakkoord tussen de VNG en het nieuwe kabinet afspraken gemaakt worden. Ook hebben we gezocht naar een vehikel om de resultaten van de pilots ook meer te delen met bedrijven en gemeenten die niet aan de pilots meededen. In het najaar verwacht het bestuur u hierover nader te berichten.
Dat onze sector openstaat voor ontwikkelingen mocht ik opnieuw ervaren tijdens een werkbezoek aan NLW in Venray. De directeur van Cedris en ik werden daar bijgepraat over een project waar zo’n 40-50 mensen verpakkingswerk doen voor ND logistics. NLW levert de benodigde mensen uit allerlei verschillende regelingen, regelt vervanging bij ziekte. ND logistics hoeft niet eens te weten uit welke regeling de mensen komen, en zo hoort het ook. Een prachtvoorbeeld hoe één regeling in praktijk kan werken! ND wil immers geen Wajonger of Wsw’er: het bedrijf wil mensen die het complexe verpakkingswerk voor Océ goed aanpakken.
Het voorzitterschap van Cedris heeft ook onverwachte genoegens. Zo werd ik uitgenodigd om het North Sea Jazzfestival te bezoeken. Mij trof vooral de ‘Codarts Big Band’, de band van het conservatorium in Rotterdam. Ik vind het geweldig om jongelui - nog in opleiding - met zoveel overtuiging en gedrevenheid aan het werk te zien. Dan besef je weer eens dat naast professionaliteit vooral ook passie en bezieling de basis zijn voor mensen om het beste uit zichzelf te halen….
dinsdag 15-06-2010
- Marleen Damen
Verkiezings- en oranjekoorts

Het WK is nog maar net van start, maar de verkiezingskoorts is hier naadloos overgegaan in oranjekoorts. De eerste slachtoffers zijn al gemaakt: met de wedstrijd Denemarken-Nederland was het hier maar wat stil tussen de wapperende oranje vlaggetjes in de kamer van een enkeling. Veel collega’s hadden vrij genomen om in het Oranje gehuld voor de buis het Nederlands elftal toe te juichen. Gelukkig vooralsnog met een mooi resultaat..
Maar ook óp het werk zijn al genoeg dingen om ons op te verheugen. Zo hoop ik u natuurlijk allemaal te begroeten op de ALV van aanstaande woensdag. Natuurlijk omdat wij interessante punten op de agenda hebben staan, maar ook omdat ik veel verwacht van de presentatie van Manfred Bik aan het eind van de bijeenkomst. Deze ‘verstokte reclameman’ vertelt hoe je een sterk merk stap voor stap opbouwt. Vertrouwen komt immers te voet, maar gaat te paard. Voor marktpartijen is de opbouw van een merk vaak al vanzelfsprekend, maar ook voor onze sector wordt dit belangrijker. We zullen in een onzekerdere toekomst goed in staat moeten zijn onze meerwaarde voor het voetlicht te brengen. Ik kwam geïnspireerd en enthousiast terug uit het voorgesprek dat ik met hem had: ik hoop dat dat straks ook voor u geldt.
Verder geven de verkiezingen natuurlijk weer een nieuwe impuls aan het lobbywerk. Na de verkiezingen moet het nieuwe netwerk van relevante spelers in Den Haag in kaart worden gebracht. We zetten de komende periode activiteiten op om hen zo goed mogelijk over onze standpunten te informeren. Incidenteel zullen we daarbij ook een beroep op uw netwerk en uw tijd doen, maar ik weet uit het verleden al dat ik daarbij vast op uw steun kan rekenen. Ook zoeken we de verbinding met andere relevante brancheorganisaties en belangengroeperingen om ervoor te zorgen dat onze standpunten vanaf zoveel mogelijk kanten Den Haag bereiken.
Tot slot heb ik deze week kennis mogen nemen van de eerste resultaten van de benchmark. Die zijn in meerdere opzichten bemoedigend. Op de eerste plaats omdat we zien dat weer een stap vooruit is gezet als het gaat om de beweging van binnen naar buiten. In de tweede plaats zien we dat de sector zich duidelijk aan het instrument heeft gecommiteerd: een groot deel van de bedrijven heeft de benchmark inmiddels ingevuld. Dat maakt de meting betrouwbaarder en daarmee waardevoller voor onszelf en de buitenwereld. Daar doen we het immers voor.
Ik hoop u allen woensdag te zien!
vrijdag 28-05-2010
- J.M. Leemhuis-Stout, voorzitter
Politiek en praktijk

17-21 mei 2010
Het is verkiezingstijd: politieke partijen debatteren over de toekomst van Nederland. Voor Cedris is dit een goed moment om de ‘onderkant van de arbeidsmarkt’ bij de politiek onder de aandacht te brengen. Dit thema mag immers niet ondersneeuwen bij alle aandacht voor onder meer economie, overheidsfinanciënonderwijs en zorg: nu niet in verkiezingstijd, maar ook straks niet bij de kabinetsformatie (en daarna).
Om die reden riep ik op de opiniepagina van de Volkskrant het nieuwe kabinet op ook het talent aan de onderkant van de arbeidsmarkt tot bloei te brengen. Mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt moeten zoveel als mogelijk in staat worden gesteld verantwoordelijkheid te nemen voor hun leven. Als de tekorten op de arbeidsmarkt oplopen, is iedereen immers nodig. Van belang daarbij is wél dat we mensen zien als werknemers met alle rechten en plichten die daarbij horen. Ook moeten we ervoor waken dat ook de zwakste groep die blijvende ondersteuning nodig heeft, een kans op werk niet onthouden wordt. Dit is een boodschap die wij de komende tijd moeten blijven herhalen.
Ook politici zelf worden uitgedaagd zich uit te spreken over de toekomst van onze doelgroep. Cedris organiseerde een verkiezingsdebat waar verschillende prominente politici met elkaar in debat gingen. Het leverde een boeiende discussie op. In het debat viel me op hoe lastig het is - ook voor de politici - om vraagstukken op een integrale manier te benaderen. De arbeidsmarkt is één geheel: dat maakt het riskant te kijken vanuit het perspectief van de verschillende regelingen die er zijn. Daar komt bij dat ook de verschillende beleidsterreinen met elkaar in verband staan. Als iemand aan de slag is, heeft dat immers vaak ook effect op (de uitgaven voor) zorg en welzijn. Alleen als politici erin slagen het gehele spectrum in ogenschouw te nemen en overzien welke impact hun beslissingen hebben, lukt het om de oplossingen te vinden die écht werken.
Naast de politiek was er ook nog tijd voor de praktijk deze week. Samen met Joram van der Does, medewerker bij Cedris, breng ik een bezoek aan de Atlant Groep. Dit soort bezoeken levert altijd inspiratie op. Het is de Atlant Groep gelukt een stevig netwerk met het lokale bedrijfsleven op te bouwen, zodat veel werknemers de kans krijgen om bij een gewone werkgever aan de slag te gaan. Ook weet de Atlant Groep de bedrijfsruimte die vanuit het verleden tot haar beschikking staat, goed uit te baten. Het werkplein is er nu gevestigd en er is zelfs een sportaccommodatie, waarvan ook Wsw-medewerkers gebruik kunnen maken.
Het is goed om te merken dat de politiek open staat voor het debat over de toekomst, maar het is zeker zo inspirerend om de oplossingen te zien die al in de praktijk worden gebracht!
vrijdag 09-04-2010
- Marleen Damen, directeur
Politiek en paaseieren

Het zijn spannende, zelfs wat hectische weken. De heroverwegingen, de verkiezingen en de voorbereiding van de regiobijeenkomsten houden ons van de straat. Tussendoor wél genoten van een ontspannen Paasweekend (met echte én chocolade-eieren).
We hebben snel en adequaat kunnen reageren op de bezuinigingsvoorstellen van de werkgroep ‘onderkant arbeidsmarkt’ die vorige week voorstellen heeft gedaan voor bezuinigingen in onze sector. Vooraf hadden we al een aantal scenario’s uitgewerkt met mogelijke uitkomsten. Die voorbereiding bleek zijn vruchten af te werpen: het rapport van de werkgroep bevatte geen grote verrassingen, maar gaf wél reden tot zorg.
De werkgroep stelde één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt voor waar WWB, WAjong en Wsw in opgaan. Een voorstel waar we goed mee kunnen leven en zelfs voordelen in zien, maar in de uitwerking zit een flinke adder onder het gras. Omdat gemeenten financieel verantwoordelijk worden voor een brede doelgroep, loop je risico dat de meest kwetsbare groep het kind van de rekening wordt. Deze groep kost immers het meeste geld. De kans is groot dat gemeenten daarin niet langdurig willen investeren.
Het politieke besluit over de bezuiniging moet nog vallen, maar we willen politieke partijen in de aanloop naar de verkiezingen blijven doordringen van onze zorg voor die meest kwetsbare groep. Vandaar ook dat we naar buiten zijn getreden in een persbericht en in een interview met de regionale kranten dat onze voorzitter heeft gehouden samen met Els Uijting van Pauw-bedrijven. Ook in Trouw zal Peter Teesink ons standpunt nog eens uitdragen.
Maar we zijn niet alleen druk bezig met de politiek, maar ook met ontwikkelingen in onze eigen sector. We hebben hard gewerkt aan de voorbereiding van de implementatie van de branchecode die is vastgesteld, zodat deze echt tot leven komt. De CAO-onderhandelingen voor de sector vorderen gestaag en er is nieuws te melden over de arbocatologi. Allemaal zaken waar wij u graag over willen bijpraten op de regiobijeenkomsten die volgende week worden gehouden.
Ik hoop dan ook van harte dat ik u volgende week tref in Beekbergen, Assen, Uden of Zoetermeer. Want zo’n weblog is prima, maar het haalt het niet bij een echte ontmoeting en een echt gesprek!
vrijdag 12-03-2010
- J.M. Leemhuis-Stout, voorzitter
Gemeenten aan zet

De gemeenteraadsverkiezingen zijn achter de rug. Overal wordt druk onderhandeld over het te vormen college en het nieuwe collegeprogramma. Gemeenten hebben een belangrijke rol als het gaat om het arbeidsmarktbeleid in het algemeen en een grote verantwoordelijkheid voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in het bijzonder. Ik verwacht daarom dat dit tot uitdrukking komt in de collegeprogramma’s.
Tot nu toe gebeurt dat weinig. Te weinig naar mijn mening. Veel gemeenten realiseren zich, zo lijkt het, onvoldoende wat hun verantwoordelijkheid is. Tekenend zijn misschien de lokale verkiezingsprogramma’s. Een gedegen visie op de arbeidsmarkt ontbreekt vaak. Daarmee mist de gemeente de kans het roer in handen te nemen. En ontbreekt het onze leden aan heldere politieke kaders over de te bereiken doelen.
Gezien de grote tekorten die op de arbeidsmarkt dreigen is dat van belang. Om straks de vruchten te kunnen plukken als de economie én de vraag naar mensen weer aantrekken, is keuzes maken en investeren noodzakelijk . Stilstand is immers achteruitgang, juist ook bij mensen waar wij voor werken. Dat kunnen we ons niet veroorloven, want straks is elke bijdrage op de arbeidsmarkt hard nodig.
Discussies in gemeenten spitsen zich vaak toe op de vraag hoe je dingen organiseert. Moet het SW-bedrijf privaat of publiek blijven: het wordt gedetailleerd uitonderhandeld. Wethouders weten hun rol als wethouder W&I en bestuurder van een gemeentelijke regeling niet altijd strikt te scheiden. Dat is lastig, maar ernstiger is dat discussies over ‘hoe’, afleiden van de hoofdvraag. Wát willen we bereiken voor de mensen waar het om gaat?
Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid politiek en bestuur voortdurend weer op die hoofdvraag te wijzen. Ook u zou ik ertoe willen oproepen om de vraag voortdurend lokaal op de agenda te houden. ‘Frappez, frappez toujours’, is immers het motto om iets voor elkaar te krijgen
dinsdag 16-02-2010
- J.M. Leemhuis-Stout, voorzitter
Leden en stakeholders

Nog steeds ruimen Marleen Damen en ik tijd in voor het afleggen van werkbezoeken bij leden. De afgelopen weken bezochten we onder andere PAUW bedrijven, locatie IJsselstein. Interessant was de manier waarop men zich daar voorbereidt op het werken met een instrument voor de bepaling van de loonwaarde. Ronduit hartverwarmend was het proefexamen dat we bijwoonden in het kader van de AKA-opleiding die samen met het ROC is ontwikkeld. Mensen die verlegen aan de opleiding begonnen voerden daar het woord. Daarmee werd het resultaat van het werk van het SW-bedrijf zichtbaar: mensen worden begeleid naar het dragen van meer verantwoordelijkheid, ook voor hun werk.
In Maassluis, tijdens ons werkbezoek aan Dukdalf, spraken we over de consequenties van de financiële crisis. Die is ook daar merkbaar. Als het gaat om het plaatsen van mensen bij reguliere werkgevers én bij het verwerven van interne opdrachten. Dat interne werk betekent niet alleen dat de mensen die binnen het SW-bedrijf blijven actief zijn, maar het biedt ook de mogelijkheid om te kijken wat mensen op weg naar buiten concreet kunnen (ontwikkelen).
Tijdens het periodiek overleg met VNG, Divosa en de staatssecretaris heb ik namens Cedris onze zorg uitgesproken over de vouchers voor WAJONG-ers. Gelukkig is duidelijk geworden dat onze leden daaraan op termijn mee kunnen doen. Verder spraken we over de ontwikkeling van de werkpleinen. We moeten een tandje bij zetten waar dat achter blijft. Anders wordt de samenwerking op papier geregeld via een AMvB. En op papier regel je niet de manier waarop en de sfeer waarin je gezamenlijk optrekt. Ook in het kwartaaloverleg tussen Cedris, UWV Werkbedrijf, VNG en Divosa is hierover gesproken.
Met mevrouw Westerbeek, coördinator van de pilots ‘Werken naar vermogen’ sprak ik over de voortgang. Allebei willen we met de pilots snel iets neerzetten zodat een volgend kabinet het stokje op dit punt op een goede manier kan overnemen. Dat kan, verwachten we, gezien het enthousiasme waarmee de sector op de pilots heeft ingetekend en inmiddels aan de slag is.
maandag 01-02-2010
- Marleen Damen, directeur
Europa en bloemen

Samen met Cedris-medewerker Arend Pieterse was ik een dag op pad in Brussel. Doel was beter zicht te krijgen op de onderwerpen die de komende tijd de Europese agenda bepalen en voor ons belangrijk zijn . We spraken met Klara Schepers de permanente vertegenwoordiger van Nederland die gaat over sociale werkgelegenheid en arbeidsintegratie. Ook met Europarlementariër Marije Cornelissen (Groen Links), die lid is van de commissie werkgelegenheid en sociale zaken, wisselden we van gedachten. Er is een nieuwe richtlijn sociale diensten van algemeen belang in de maak die we in de gaten moeten houden.
Verder sprak ik - samen met Caroline van Wijgerden, senior medewerker van Cedris - met Sip Nieuwsma, secretaris sociale zaken en werkgelegenheid van VNO NCW. Dit naar aanleiding van het feit dat in de brieven van deze organisatie regelmatig een verouderd beeld van de sector opduikt. Daar moeten wij iets aan doen. Dus zijn we blij met de kans een presentatie te geven over onze branche, de vereniging en het werk van de leden voor de commissie arbeidsmarktpolitiek.
Branche-informatie nieuwe stijl stond op de agenda voor een bespreking met bureau K+V en de werkgroep die dit traject gaat begeleiden. Er zitten verschillende SW-directeuren in de werkgroep. De set indicatoren is vastgesteld en de uitvraag die dit voorjaar gaat plaatsvinden kan worden voorbereid.
Met Monique van der Eijk, managementassistent en communicatiemedewerker van Cedris, leg ik de laatste hand aan de populaire uitgave van het jaarplan 2010. Rond communicatie krijgt zij versterking van een senior medewerker communicatie: Sabine Jimkes, oud-woordvoerder van het ministerie van SZW. Vandaag begint ze; we zorgen natuurlijk voor een welkomstboeket…
vrijdag 08-01-2010
- J.M. Leemhuis-Stout - voorzitter
Nieuw én oud

Traditiegetrouw zijn er in de eerste week van januari de nodige nieuwjaarsbijeenkomsten. Ik bezocht onder meer die van de provincie Zuid Holland en -in de hoedanigheid van voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei- die van Hare Majesteit de Koningin. Dit type bijeenkomsten betekent altijd het samenkomen van verschillende werksferen. Zo sprak ik in het paleis op de Dam onder meer Tof Thissen, voorzitter van de Groen Links-fractie in de Eerste Kamer en voormalig voorzitter van Divosa. Het was goed met hem van gedachten te wisselen over de invulling van de pilots ‘’Werken naar vermogen’ die op het punt staan te beginnen.
De pilots waren ook onderwerp van gesprek tijdens mijn bespreking met directeur Marleen Damen. Verder passeerde het onderzoek van het RWI de revue. Daarin komen verschillende instrumenten voor de bepaling van de loonwaarde aan de orde; van belang voor -opnieuw- de op handen zijnde pilots. Ook hebben we stil gestaan bij het aardige verslag van het 50-jarig bestaan van IW4, onze lidorganisatie gevestigd Veenendaal. Daarmee wordt, net als met onze eigen uitgave ‘Werkgevers als ambassadeurs’, duidelijk dat je niet genoeg kunt etaleren wat er wordt bereikt. Aan de hand van herkenbare verhalen wordt gewerkt aan de verbetering van het imago van de sector.
Tenslotte spraken we over de opdracht die we hebben gegund aan K+V in verband met ons bedrijfsvergelijkend onderzoek. Dat is op een nieuwe leest geschoeid. Het bureau heeft samen met de leden de indicatoren (20) geformuleerd.
Rond alle belangrijke thema’s -pilots, imago, bedrijfsvergelijkend onderzoek- staan er in het komend jaar belangrijke, nieuwe dingen te gebeuren. Tegelijkertijd zijn ze ‘oud’ in die zin dat ze al langer onze aandacht vragen. Zo gaat het bij de start van een nieuw jaar: continuïteit in beleidsspeerpunten combineert zich met nieuwe impulsen en frisse ideeën. Dat 2010 maar een evenwichtig jaar mag worden!