De nieuwe Wet werken naar vermogen is bedoeld om mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt aan de slag te helpen, gemeenten de ruimte te geven hen daarbij te ondersteunen en werkgevers te prikkelen deze mensen in dienst te nemen. De oude regelingen voor de bijstand (WWB), de sociale werkvoorziening (Wsw), jonggehandicapten (Wajong) en jongeren (WIJ), vallen voortaan onder de paraplu van Werken naar vermogen. Cedris steunt het streven om één regeling voor deze groepen te maken, maar is zeer kritisch over de financiële uitgangspunten. De kabinetsplannen leiden tot een groot financieel probleem voor gemeenten. Dit gaat ten koste van de hulp aan mensen om aan de slag te komen.
Het kabinet heeft de plannen voor werken naar vermogen toegelicht in een hoofdlijnennotitie. Daarnaast zijn afspraken gemaakt met de VNG in een bestuursakkoord. De afspraken over werken naar vermogen zijn echter door de ledenvergadering van de VNG niet aanvaard.
Financieel gat noodzaakt reële overgangstermijn
Cedris pleit voor een reële overgangstermijn in de Wet werken naar vermogen. Als gevolg van de nieuwe wet ontstaat in de eerste jaren een groot financieel gat voor gemeenten. Mensen die nu in de Wsw zitten behouden volgens de wet hun rechten en daarmee ook hun gunstige cao. De gemiddelde loonkosten zijn 120% van het wettelijk minimumloon. De komende 10 jaar drukken deze loonkosten zo hard op het totaalbudget dat de 400.000 mensen die gebruik gaan maken van Werken naar vermogen in de knel komen. Zij dreigen aan de kant te komen staan. Ook de begeleiding van de 100.000 huidige Wsw-ers komt sterk onder druk te staan.
Geen cao voor mensen op de wachtlijst
In de hoofdlijnennotitie kiest het kabinet ervoor dat niet alleen de huidige groep Wsw-ers, maar ook de mensen op de wachtlijst hun rechten behouden. Dat betekent dat ook zij vallen onder de huidige, dure cao. In het Bestuursakkoord met de gemeenten staat echter wat anders, namelijk dat deze groep onder het nieuwe regime van Werken naar vermogen valt. Dit laatste levert financiële verlichting op voor de sector. Immers: als de 20.000 mensen op de wachtlijst onder het oude regime vallen en dus onder de dure cao, zijn de kosten €5.000 per plek hoger. Dit betekent uiteindelijk structureel 100 miljoen euro extra kosten.
Nieuwe Wsw-ers moeten instromen onder de voorwaarden van Werken naar vermogen
Het is ook nog onduidelijk wat precies het arbeidsvoorwaardenregime gaat worden voor de groep die straks in de nieuwe Wsw komt. Volgens de hoofdlijnennotitie gaan zij onder een cao vallen. Zoals het nu geregeld wordt, is de kans erg groot dat zij onder de huidige cao gaan vallen. Dit legt een onevenredig groot beslag op het budget. Het lijkt ook niet eerlijk dat mensen die straks in een beschutte werkomgeving gaan werken, relatief goed worden betaald. Terwijl mensen die ook een beperking hebben, maar iets beter presteren, instromen in Werken naar vermogen en in veel gevallen onder het minimumloon moeten gaan werken. Cedris vraagt het kabinet daarom om de nieuwe Wsw-ers (vanaf 2013) te laten instromen onder de voorwaarden van Werken naar vermogen.
Herstructureringsfaciliteit: geen onnodige bureaucratie
Het kabinet heeft een herstructureringsfaciliteit ingesteld “voor de transformatie van de sector naar een efficiëntere bedrijfsvoering”. Er moeten onafhankelijke criteria komen voor de verdeling van het geld uit het herstructureringsfonds. Cedris pleit ervoor geen ‘plannencircus’ of bureaucratie op te tuigen. Dit kost onnodig veel tijd en geld. De meest eenvoudige verdeelsystematiek is: toekenning van het geld vooraf op basis van heldere, eenduidige criteria die rekening houden met de kosten die wel en niet te beïnvloeden zijn door SW-bedrijven (de loonkosten van de huidige SW-ers bijvoorbeeld, zijn door een SW-bedrijf niet te beïnvloeden). De verantwoording van de besteding vindt dan achteraf plaats en wordt ook achteraf getoetst.
Maak het werkgevers gemakkelijk
Werkgevers bepalen het succes van de wet. Zij moeten ervoor gaan zorgen dat mensen met een beperking ook daadwerkelijk aan de slag komen. Het moet werkgevers zo gemakkelijk mogelijk worden gemaakt om die stap te zetten. Cedris is daarom blij dat het in de nieuwe wet mogelijk blijft mensen te detacheren vanuit SW-bedrijven, zodat werkgevers zo min mogelijk risico lopen en de rompslomp hen uit handen wordt genomen. Cedris juicht het instrument van loondispensatie toe en is voorstander van de no risk polis voor werkgevers. Er zijn echter ook nog belemmeringen voor werkgevers:
- Om voor loondispensatie in aanmerking te komen, moet een zeer ingewikkeld proces worden doorlopen voor het bepalen van de loonwaarde. Er komen twee toetsen: de toegangstoets en de loonwaardemeting. Dit moet periodiek worden herhaald. Cedris pleit ervoor dit proces te vereenvoudigen en te beperken tot één toets.
- Het instrument loondispensatie leidt ertoe dat het loon bestaat uit twee delen: een deel loon en een deel uitkering. Werkgevers krijgen daardoor ook te maken met de uitkeringsinstantie. Dit levert extra administratieve rompslomp op. Cedris pleit daarom voor een systeem waarbij sprake is van één loket voor de betaling van het loon/uitkering.
Verdeelsystematiek
Op dit moment is nog niet duidelijk hoe onder de Wet werken naar vermogen het budget over gemeenten verdeeld gaat worden. Omdat de oude doelgroep de komende jaren zwaar drukt op het budget is het van belang dat er rekening mee wordt gehouden dat sommige gemeenten naar verhouding veel Wsw’ers en andere gemeenten minder Wsw’ers hebben. Vooralsnog gaat Cedris er vanuit dat hiermee rekening wordt gehouden