|
Cedris steunt de gedachte achter de Participatiewet: meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan de slag bij gewone werkgevers. Tegelijkertijd maakt Cedris zich zorgen of die doelstelling niet onder druk komt te staan. Het sociaal akkoord heeft die zorgen niet weggenomen en roept verdere vragen op. Volgens Cedris zijn drie b’s noodzakelijk voor het welslagen van de wet: voldoende budget voor begeleiding, banen en bestrijding van bureaucratie.
Budget voor begeleiding
Begeleiding is de sleutel tot succes als je mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan de slag wilt helpen op een beschutte plek of bij een gewone werkgever. Dan gaat het om aanpassing van werkplekken, training, begeleiding op de werkvloer en bemiddeling. Juist op de begeleiding bezuinigt het kabinet fors: 1,8 miljard. Het sociaal akkoord laat die bezuiniging intact en zorgt voor nieuwe financiële vragen. Zo willen sociale partners mensen die de meeste ondersteuning nodig hebben een cao bieden tot maximaal 120 procent van het minimumloon. Gemeenten krijgen echter een budget dat uitgaat van 100 procent van het minimumloon. Onduidelijk is nog hoe dit financiële gat wordt gedicht.
Banen
Meer mensen aan de slag bij gewone werkgevers: dat wil iedereen. De grote zorg is of er voldoende werk is voor deze groep. Voor werkgevers is van belang dat zij alleen hoeven te betalen voor het werk dat iemand kan verzetten. Lagere loonschalen voor eenvoudig werk in cao’s creëren extra kansen voor mensen op werk. In een steeds flexibelere arbeidsmarkt missen mensen kansen op werk als alleen wordt ingezet op vaste dienstverbanden. Juist detacheringen kunnen de drempel slechten voor werkgevers om met deze doelgroep in zee te gaan. Tegelijkertijd kan het SW-bedrijf mensen die nog geen kans maken op een vaste of volledige baan bij gewone werkgevers wel ‘werkzekerheid’ bieden. Het perspectief moet altijd gericht zijn op een baan bij gewone werkgevers, daarom moet het voor werknemers altijd financieel aantrekkelijker zijn om bij een gewone werkgever te werken dan bij het Werkbedrijf.
Bestrijding van bureaucratie
In het sociaal akkoord wordt opnieuw een scheiding aangebracht tussen verschillende groepen van mensen mét een beperking en mensen zonder beperking. Groot risico is dat hierdoor veel energie gaat zitten in indiceren en keuren vóóraf en het vaststellen van de verschillende doelgroepen. Voorop zou moeten blijven staan wat mensen wél kunnen en welke hulp ze nodig hebben. In de praktijk en op de werkvloer wordt dat het beste zichtbaar.
Daarnaast wordt in het sociaal akkoord voorgesteld dat 35 Werkbedrijven gevormd uit de huidige SW-bedrijven, mensen met een beperking aan de slag gaan helpen. Cedris vindt het goed voorstelbaar dat de huidige 90 SW-bedrijven zich op regionaal niveau organiseren, zonder dat dit gepaard gaat met institutionalisering. Gemeenten kunnen kiezen voor verdergaande vormen van samenwerking, als de dienstverlening aan werkgevers daarmee is gebaat. Ook is eenduidige bestuurlijke aansturing van de werkbedrijven van belang.
Klik hier voor het positionpaper Participatiewet.
|