Ga naar de inhoud

Alle antwoorden op vragen over financiën sociale infrastructuur: dit moet je weten

Hoe zit het nu precies met de financiering van een toekomstbestendige sociale infrastructuur? Tijdens het vragenuur van 12 juni beantwoordden experts van SZW en VNG de meest gestelde vragen over de rijksbijdrage, het impulsbudget en de forfaitaire LKS. In dit artikel lees je de drie belangrijkste antwoorden én download je de volledige Q&A voor alle details.

Voor gemeenten en werkontwikkelbedrijven zijn er verschillende budgetten beschikbaar voor de transitie naar een toekomstbestendige sociale infrastructuur. Hoe zitten deze middelen precies in elkaar? Tijdens het financieel vragenuur op 12 juni beantwoorden we de veelgestelde vragen over de rijksbijdrage, het impulsbudget en de forfaitaire LKS. In dit artikel vind je alle antwoorden.

Bij de regiobijeenkomsten van het Lerend netwerk (Cedris en Divosa) bleek dat er veel vragen leefden over financiën. Daarom organiseerden we op donderdag 12 juni een digitaal vragenuur. Maar liefst 115 deelnemers sloten zich live aan en deelden hun vragen – zowel vooraf als tijdens de sessie. De beantwoording lag in handen van twee financiële experts: Ronnie den Os namens het ministerie van SZW en Juriaan Vrind namens de VNG. Samen boden zij helderheid en inzicht.

Download hier alle vragen en antwoorden

Hieronder lees je drie veelgestelde, actuele vragen over de financiële regelingen voor de sociale infrastructuur. Alle vragen en antwoorden lezen? Download de PDF via de bijlagen.

Liever het hele vragenuur terugkijken? Dat kan via de opname op YouTube.

Goed om te weten: voor de antwoorden van het vragenuur gebruiken we de actuele beschikbare informatie. Vooral de nieuwe regeling rondom de forfaitaire loonkostensubsidie (LKS) vereist nog verdere uitwerking.

1. Hoe is de rijksbijdrage sociale infrastructuur opgebouwd?

De rijksbijdrage sociale infrastructuur is bedoeld voor werkplekken van mensen uit de banenafspraak die (tijdelijk) nog niet in staat zijn om bij een reguliere werkgever aan de slag te gaan. De bijdrage is structureel en onderdeel van de Integratie-uitkering Participatie, maar wordt apart inzichtelijk gemaakt. Ze richt zich niet op beschut werk, maar op mensen met een ontwikkelperspectief richting regulier werk. Het normbedrag is

€ 3.634 per plek. In 2025 wordt gestart met 5.000 plekken (€ 19,8 miljoen), oplopend naar structureel 10.000 plekken en € 34,7 miljoen vanaf 2035.

2. Hoe komt het impulsbudget bij gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven terecht?

Het impulsbudget wordt uitgekeerd aan de grootste gemeente binnen een samenwerkingsverband rond een sociaal ontwikkelbedrijf. Die gemeente draagt verantwoordelijkheid voor de inzet, in samenspraak met andere betrokken gemeenten. De middelen worden verdeeld op basis van de maatstaf ‘aantal personen in het doelgroepenregister; gemeentelijke doelgroep’.

3. Hoe kunnen gemeenten tot de wetswijziging voor de invoering van de forfaitaire LKS, omgaan met de loonwaardebepaling?

Tot de invoering van de forfaitaire LKS in 2028 blijft een loonwaardemeting voor beschutte medewerkers wettelijk verplicht. Zonder loonwaardemeting kan geen loonkostensubsidie verkregen worden. Het is aan gemeenten om te bepalen hoe vaak zij een loonwaardemeting herhalen. Het advies van VNG is om hier pragmatisch mee om te gaan. Gemeenten kunnen de geldigheid van het advies verlengen zolang er geen ontwikkeling is. De meting mag nog steeds gebruikt worden voor individuele voortgang, maar is voor de subsidie straks niet meer bepalend.

VNG adviseert gemeenten om in de financiële afspraken met sociaal ontwikkelbedrijven nu al het percentage van 68% te hanteren om rust en voorspelbaarheid te bieden. Dit voorkomt ook een aparte uitbetalingsstroom van de extra € 3.000. Waar dat binnen bestaande financieringsafspraken lastig is, kan het Adviesteam Sociale Infrastructuur meedenken. In de verantwoording van het budget voor bijstand en loonkostensubsidies (via SiSa) dient men wel te rekenen met de uitkomsten van de loonwaardemetingen om dubbele financiering te voorkomen.

Voor beschut medewerkers in dienst van reguliere werkgevers geldt dit advies niet automatisch: daar is het risico op overcompensatie groter. Gemeenten kunnen de huidige aanpak voortzetten of ervoor kiezen om ook daar al een forfaitair percentage toe te passen. Wie hierover een doordachte aanpak heeft, kan die delen met het Adviesteam.

Programma Toekomstbestendige sociale infrastructuur

Het vragenuur werd georganiseerd vanuit het programma Toekomstbestendige sociale infrastructuur, dat gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven ondersteunt in deze transitie. Het programma bestaat uit heldere handreikingen, het Adviesteam Sociale Infrastructuur (Platform Sociaal Domein) en het Lerend netwerk (Cedris, Divosa).

Deel deze pagina:

Bekijk ook

Dit was de Kennis- en Inspiratiedag van Simpel Switchen

Hoe maken we het makkelijker om een stap te zetten in de participatieketen? Tijdens de landelijke kennis- en inspiratiedag van Simpel Switchen kwamen professionals uit het hele land samen om kennis uit te wisselen, netwerk op te bouwen en ervaringen te delen. We blikken terug.

Nieuws

Aan de slag met werkgeversdienstverlening: meer kansen op waardevol werk

Hoe versterk je de samenwerking met werkgevers en creëer je meer kansen op waardevol werk? Tijdens een bijeenkomst van Cedris en Toekomstbestendige Sociale Infrastructuur deelden werkontwikkelbedrijven en gemeenten praktijkvoorbeelden, inzichten en nieuwe ideeën voor werkgeversdienstverlening.

Nieuws

Cedris door de ogen van directeur Esmé Rijs: “er gebeurt veel meer dan ik dacht”

Wat ziet een frisse buitenstaander als ze de wereld van werkontwikkelbedrijven binnenstapt? In haar eerste maanden als directeur bij Cedris ontdekte Esmé Rijs een netwerk vol diversiteit, trots en maatschappelijke impact - én kreeg ze genoeg ideeën voor de toekomst. Benieuwd wat haar verraste, waar ze kansen ziet en welke spiegel ze de sector voorhoudt? Lees het interview met Esmé.

Nieuws