Ga naar de inhoud

Ontwikkelingen rondom de banenafspraak: Groei in banen, maar doelstelling blijft uit zicht

De groei van extra banen voor mensen met een ondersteuningsvraag stagneert, terwijl de noodzaak groter is dan ooit. In dit artikel lees je hoe Cedris zich inzet voor een toekomstbestendige banenafspraak, met meer aandacht voor talent, duurzame ondersteuning en de cruciale rol van werkontwikkelbedrijven. Nieuwsgierig naar wat er moet veranderen om dit te realiseren? Lees verder!

Een inclusieve arbeidsmarkt zou vanzelfsprekend moeten zijn. Hoewel de banenafspraak hiervoor een beweging in gang zette, zijn we er nog niet. Dat blijkt uit de laatste cijfers over de banenafspraak. De groei van het aantal extra banen voor mensen met een ondersteuningsvraag stagneert, ondanks de krappe arbeidsmarkt. We nemen je mee in de recente ontwikkelingen rondom de banenafspraak én onze inzet voor een toekomstbestendige banenafspraak.

Resultaten: belangrijke stappen, maar nog werk aan de winkel

Volgens de Kamerbrief van staatssecretaris Nobel over de resultaten van de banenafspraak zijn er in 2024 bijna 4.000 extra banen gerealiseerd voor mensen met een ondersteuningsvraag. Sinds het begin van de banenafspraak in 2013 zijn er in totaal 89.616 extra banen bijgekomen. Een indrukwekkend aantal, maar nog altijd ver van de afgesproken doelstelling van 115.000 banen. 

Deze doelstelling van 115.000 banen is onderverdeeld in banen in de marktsector en de overheidssector. De marktsector had als doelstelling om 90.000 extra banen te realiseren, maar blijft steken op 77.143 banen. Voor de overheidssector geldt dat er 12.474 banen zijn gerealiseerd, ten op zichte van de doelstelling van 25.000 banen. Beide sectoren hebben dus nog een flinke slag te maken.

Afname inleenverbanden via werkontwikkelbedrijven

In de brief wordt ook stilgestaan bij de inzet van inleenverbanden, meestal via werkontwikkelbedrijven georganiseerd. Omdat de WSW-doelgroep steeds verder afneemt, neemt het aantal banen via inleenverbanden ook af. In 2024 ging het om een daling van 2.340 banen. Sinds de nulmeting is de afname zelfs 11.100 banen. 

Hoewel dit deels wordt opgevangen door de nieuwe instroom, blijft een dalende lijn zichtbaar.  Cedris pleit er daarom voor om de toegang tot de dienstverlening van werkontwikkelbedrijven te verbreden. Mensen met een ondersteuningsvraag zijn er nog altijd, en verdienen passende begeleiding richting werk.

Langetermijnvisie

Na ruim tien jaar is het tijd voor vernieuwing in de banenafspraak. Daarom kijkt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid samen met sociale partners wat er nodig is om de banenafspraak te herzien. In een Kamerbrief geeft de staatssecretaris de volgende belangrijke uitgangspunten in de toekomst: 

  • De banenafspraak moet uitgaan van de ondersteuningsvraag van mensen met een arbeidsbeperking, in lijn met het VN-verdrag Handicap. 
  • Ondersteuning richt zich op het benutten van talenten en ontwikkelpotentieel, waarbij zicht op vaardigheden essentieel is. 
  • Inclusief werkgeverschap moet vanzelfsprekend zijn, ondersteund door passende instrumenten en dienstverlening. 
  • Duurzaam werk is cruciaal om onnodige wisselingen tussen werk en uitkering te voorkomen. 
  • Instrumenten en voorzieningen moeten eenvoudig, transparant en geharmoniseerd beschikbaar zijn. 
  • Eenvoud en maatwerk moeten in balans zijn om zowel doelgroep, werkgevers als uitvoering te ondersteunen. 
  • De banenafspraak moet financieel houdbaar zijn, met oog voor directe én bredere maatschappelijke baten. 
  • Werkontwikkelbedrijven vormen een vangnet én springplank voor mensen die (nog) niet bij reguliere werkgevers terechtkunnen 

Daarnaast zijn er volgens de staatssecretaris nog drie belangrijke keuzes te maken: de afbakening van de doelgroep, de precieze doelstelling en de wijze waarop werkgevers gemotiveerd worden.

Inzet van Cedris

Cedris is uitgenodigd om mee te denken over de toekomst van de banenafspraak. Wij vinden dat de doelgroep zich moet beperken tot mensen met een ondersteuningsvraag. Daarbij is het cruciaal dat de mensen met de grootste ondersteuningsvraag niet uit het zicht raken. Als de doelgroep wordt verbreed, vinden wij het vanzelfsprekend dat de doelstelling eveneens wordt verhoogd. Daarbij is het belangrijk dat gemeenten en UWV ervoor zorgen dat mensen in beeld zijn. Hoe meer zicht er is op de doelgroep, hoe meer matchingsmogelijkheden en uiteindelijk kansen voor werkgevers om mensen met een ondersteuningsvraag aan te nemen. Met die randvoorwaarde is de quotumregeling als stok achter de deur een effectief instrument.

Werkontwikkelbedrijven als motor van inclusie

In de hernieuwde afspraken ziet Cedris een grote rol voor werkontwikkelbedrijven. Zij zijn bij uitstek in staat om mensen te begeleiden naar werk, werkgevers te ontzorgen en gemeenten te ondersteunen in de uitvoering. En als werkgever bieden ze mensen een veilige haven waar ze op terug kunnen vallen als werk buiten de bedrijven niet lukt. Het werk dat deze mensen binnen de werkontwikkelbedrijven uitvoeren vindt plaats in opdracht van het bedrijfsleven en de overheid. Wij pleiten er dan ook voor dat niet de werkplek, maar het werk dat iemand doet, moet bepalen of het m++eetelt voor de banenafspraak.

Momentum van de banenafspraak

De banenafspraak heeft iets in beweging gezet: steeds meer partijen erkennen dat mensen met een ondersteuningsvraag een plek verdienen op de arbeidsmarkt. Dat is winst. Maar om écht verschil te maken is het noodzaak om de banenafspraak te vernieuwen. 

Zoals Aart van der Gaag, lange tijd boegbeeld van het bedrijfsleven voor de banenafspraak, treffend schrijft in zijn lezenswaardige boek ‘Zonder werk vaart niemand wel’: We staan nu voor de uitdaging de banenafspraak te herzien naar de geest van de huidige tijd.  

Deel deze pagina:

Bekijk ook