Ga naar de inhoud

Samen leren, samen doen bij Monta en Concern voor Werk

Organisatie

Concern voor Werk

Hoe zorg je dat mensen met een ondersteuningsvraag sneller aan het werk kunnen met aandacht voor kwaliteit en begeleiding? In Lelystad laten Concern voor Werk en Monta zien dat het kan. Samen ontwikkelden ze een leer-werktraject waarin deelnemers in tien weken worden opgeleid tot logistiek medewerker. Niet in een klaslokaal, maar midden op de werkvloer.

In het kort

De samenwerking tussen Concern voor Werk en Monta ontstond vanuit een gedeelde overtuiging: mensen leren het best door te doen. Monta opende haar deuren, Concern voor Werk bracht de begeleiding en expertise in. Ruim zeventig deelnemers volgden het traject; bijna allemaal vonden ze betaald werk in de logistiek. Bij Monta of bij andere werkgevers in de regio. “We vroegen ons af: wat heeft de werkgever écht nodig? Niet: wat schrijft het systeem voor. Dat maakt het verschil”, legt Sander Post, directeur Concern voor Werk, uit.

Wat begon als een experiment groeide uit tot een voorbeeld van hoe je opleiden en werk samenbrengt. De doorlooptijd werd teruggebracht van negen maanden naar tien weken, de uitstroom steeg naar bijna honderd procent. Werkgevers krijgen gemotiveerde, goed voorbereide medewerkers, en deelnemers bouwen aan zelfvertrouwen, ritme en trots.

Onno de Klaver, site manager van Monta Lelystad: “Wij zijn ondernemers. Dus we denken niet in regels, maar in mogelijkheden. Als je gewoon begint en samen leert, blijkt er veel meer te kunnen dan je dacht.”

Het traject past in de ambitie van Lelystad om een logistieke hotspot te worden. Door het leren letterlijk naar de werkvloer te verplaatsen, verkleinen Monta en Concern voor Werk niet alleen de afstand tot de arbeidsmarkt, maar ook de afstand tussen beleid en praktijk. Hun aanpak laat zien dat inclusieve innovatie niet groot hoeft te beginnen. Als je maar begint.

Aanpak

De samenwerking tussen Concern voor Werk en Monta begon niet met een beleidsplan, maar met een simpel idee: als mensen het best leren op de werkvloer, waarom zouden we dan niet dáár opleiden?

Sander Post herinnert zich het begin nog goed: “We merkten dat veel trajecten te lang duurden en niet altijd aansloten bij wat werkgevers echt nodig hadden. We wilden het omdraaien: niet het systeem centraal, maar de praktijk. Toen we Monta benaderden, was hun antwoord kort: ‘Laten we het gewoon doen.’”

Afspiegeling van de samenleving

Bij Monta was die houding vanzelfsprekend. Het fulfilmentbedrijf wil een afspiegeling zijn van de samenleving. Met ruimte voor iedereen die wil werken. “Wij vinden dat inclusief werken erbij hoort,” vertelt Onno de Klaver. “Niet als project, maar als manier van ondernemen. Iedereen moet hier een kans krijgen om te laten zien wat hij kan.”

De eerste groep startte klein, maar leverde direct resultaat op. Deelnemers leerden in korte tijd de logistieke basis: orders picken, veilig werken en samenwerken in een team. Ze draaiden meteen mee in het dagelijkse proces. Met echte collega’s, echte verantwoordelijkheid en echte groei.

Leren door te doen

Elke werkdag binnen het werk-leertraject begint met een korte instructie. In de ochtend oefenen deelnemers de theorie: veiligheid, procedures, communicatie. In de middag passen ze dat toe op de vloer. De begeleiding komt van ervaren collega’s en jobcoaches die dichtbij blijven.

Susanne van ’t Hof, accountmanager bij Werkbedrijf Lelystad, ziet wat dat doet: “Deelnemers leren hier niet alleen een vak, maar ook werkritme, samenwerken en zelfvertrouwen. Ze merken: ik kan dit. Die ervaring is onbetaalbaar.”

Dat geldt ook voor Dennis (25), die via zijn trajectbegeleider bij het programma terechtkwam. Hij had geen opleiding afgerond en zat al een tijdje zonder werk. “Ik wist niet goed wat ik wilde,” vertelt hij. “Maar ik dacht: ik probeer het gewoon. In het begin was het wennen, maar ik kreeg steeds meer vertrouwen.”

YouTube

Deze inhoud is geblokkeerd omdat YouTube cookies niet zijn geaccepteerd.

Dennis begon met het picken van orders, leerde omgaan met scanners en veiligheidsregels, en groeide stap voor stap in zijn rol. Na het traject mocht hij blijven. “Ik werd gebeld dat ik een contract kreeg. Ik verdien weer mijn eigen geld en voel me onderdeel van het team.” Hij haalde zijn heftruck- en reachtruckcertificaat én het certificaat Sterk in de Werkplaats. “Ik leer nog elke dag,” zegt hij met trots. “En het mooiste is: ze zien hier wat ik kan.”

Voor Susanne is dat precies waar het om draait: “Je ziet mensen letterlijk groeien. Ze lopen rechter, lachen meer, praten met collega’s. Ze merken dat ze ertoe doen. Dat is waar we het voor doen.” Ook Onno ziet wat het met zijn bedrijf doet: “Na tien weken kennen ze het bedrijf, de mensen en de regels. Ze hebben geen afstand tot de arbeidsmarkt. Ze hebben juist een voorsprong.”

Ze hebben geen afstand tot de arbeidsmarkt. Ze hebben juist een voorsprong.

Een beweging in de hele regio

Sander Post ziet de aandacht voor de samenwerking als een teken dat de manier van denken echt verschuift: “We kijken nu niet langer alleen naar wat er binnen één organisatie kan, maar hoe we als regio samen talent ontwikkelen. Werkontwikkelbedrijven, werkgevers en gemeente trekken meer gezamenlijk op. Dat maakt het systeem wendbaarder en de kansen voor mensen groter.”

Ook binnen Monta is het effect voelbaar. Teamleiders begeleiden nu vaker nieuwe collega’s met een ondersteuningsvraag en de samenwerking met Concern voor Werk is structureel geworden. Onno de Klaver: “We hebben geleerd om begeleiding niet als iets extra’s te zien, maar als onderdeel van goed werkgeverschap. Dat maakt het duurzaam. Je merkt dat de teams hier trots op zijn.”

De samenwerking laat zien dat als één bedrijf durft te beginnen, het anderen inspireert om mee te doen. Zo groeit uit een klein experiment een groter netwerk dat steeds meer mensen aan het werk helpt. En zo ook steeds meer werkgevers leert hoe inclusief werken vanzelfsprekend kan worden.

Uitdagingen en leerpunten

De weg ernaartoe was niet zonder hobbels. Een van de grootste uitdagingen was het loslaten van bestaande regels en verwachtingen. “In het begin dachten we nog te veel vanuit onderwijslogica,” vertelt Sander. “Met vaste modules en eindtoetsen. Tot we ontdekten: het gaat niet om wat iemand kan bewijzen, maar om wat iemand kan laten zien.”

Daarnaast vroeg de samenwerking tussen publieke en private partijen om vertrouwen. Onno licht toe: “Als ondernemer ben je gewend om snel te schakelen. Een werkontwikkelbedrijf werkt met regels en structuren. Door open te communiceren en elkaars tempo te respecteren, kom je samen verder.”

Ook de taalbarrière bij statushouders was in het begin een uitdaging. De oplossing kwam uit de praktijk: korte, herhaalbare opdrachten in begrijpelijke taal en visuele ondersteuning op de werkvloer. Inmiddels is die aanpak standaard onderdeel van het traject.

Aandachtspunten

De samenwerking tussen Monta en Concern voor Werk laat zien dat inclusief werken niet ingewikkeld hoeft te zijn. Als je durft te beginnen. Hun ervaringen bieden bruikbare lessen voor andere werkgevers en werkontwikkelbedrijven:

  • Begin klein, leer groot.
    Start met één traject of één team en ontwikkel samen verder. Succes groeit vanzelf als het werkt.
  • Werk op de plek waar het gebeurt.
    Door het leren te verplaatsen naar de werkvloer, groeit het vertrouwen aan beide kanten: bij de deelnemer én bij de werkgever.
  • Houd het persoonlijk.
    Korte lijnen tussen begeleiders, deelnemers en werkgevers maken het verschil. Problemen worden sneller gezien en opgelost.
  • Durf regels te herzien.
    Niet iedereen past in een standaard traject. Door meer op vaardigheden dan op diploma’s te sturen, vergroot je de kans op duurzaam werk.
  • Vier successen.
    Elke baan die uit zo’n traject voortkomt, is een overwinning. Deel die verhalen, want ze inspireren anderen om ook de stap te zetten.

Deel deze pagina:

Bekijk ook