Ga naar de inhoud

Van businesscase naar inclusieve werkvloer: wat is er voor mkb’ers nodig om in te stappen?

“Een investering van 250 miljoen helpt 40.000 mensen extra aan het werk én levert het Rijk 400 miljoen op.” Met die woorden liet Cedris-voorzitter Mohamed el Mokaddem onlangs bij BNR zien hoe sterk de businesscase voor een inclusieve arbeidsmarkt is. Maar een belangrijke vraag blijft: wat is er nodig voordat ondernemers daadwerkelijk instappen?

Medewerker in gesprek met werkbegeleider

Het onderzoek Onbeperkt werkt in het mkb van Stichting Onbeperkte Denkers en CNV gaat precies over die vraag. In het onderzoek spraken de onderzoekers met tientallen ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf. Wat drijft hen om ruimte te maken voor talent met een ondersteuningsvraag? En waar liggen nog drempels? We spraken met onderzoeker Margreet Woessner over de belangrijkste inzichten uit het onderzoek.

Onbekendheid als grootste drempel

Woessner interviewde voor het onderzoek ongeveer veertig mkb-ondernemers. Hiervan heeft 85 procent positieve ervaringen met medewerkers met een ondersteuningsvraag. Daarnaast heeft 15 procent geen of negatieve ervaringen. Van die laatste groep stond 67 procent ervoor open om (nogmaals) iemand met een ondersteuningsvraag aan te nemen.

“Bij organisaties die hier nog geen ruimte voor maakten zagen we dat dit kwam door onbekendheid en vooroordelen”, vertelt Woessner. “Ze denken bijvoorbeeld dat mensen veel begeleiding nodig hebben, dit veel tijd kost en mensen vaak ziek zijn.” Er zijn dus teveel beren op de weg voordat deze ondernemers er überhaupt aan beginnen.

Tegelijk blijkt dat die houding snel kan veranderen zodra ondernemers erover in gesprek gaan. Sommige ondernemers die aanvankelijk terughoudend waren, gaven aan het na het interview toch te willen proberen. “Door erover te praten merk je dat de drempel al lager wordt.”

Door erover te praten merk je dat de drempel al lager wordt.

Maatschappelijke betrokkenheid als motivatie

De ondernemers die al wel werkplekken bieden aan mensen met een ondersteuningsvraag, gaven in eerste instantie aan dit  vanuit maatschappelijke betrokkenheid te doen. “Om iets te betekenen voor een ander. En vanuit de overtuiging dat iedereen een kans verdient om zijn talent in te zetten.” Hierin bleek de motivatie nog groter als ondernemers iemand met een ondersteuningsvraag in hun omgeving hebben. “Daardoor is het laagdrempeliger om zoiets gewoon te proberen.”

Bij doorvragen bleek er nog een belangrijke reden te zijn: de krapte op de arbeidsmarkt. “Veel organisaties begonnen ermee omdat ze simpelweg mensen nodig hadden,” zegt Woessner. “Vacatures bleven openstaan. Dan ga je breder kijken naar talent.”

Ontzorging als succesfactor

De ondernemers die iemand in dienst namen met een ondersteuningsvraag ervaren dit vooral positief. Een belangrijke succesfactor bleek als de ondernemer ondersteund en begeleid werd door een organisatie met kennis en kunde op dit vlak. Bijvoorbeeld door een Werkgeversservicepunt (WSP) of het werkontwikkelbedrijf. “Deze ontzorging is echt cruciaal. Van het maken van een goede match tot begeleiding op de werkvloer en hulp bij regelingen. Als een organisatie daar vanaf het begin in wordt meegenomen, zien we eigenlijk vooral succesverhalen”, vertelt Woessner.

Dat begint al bij het eerste contact. Ondernemers willen weten wat ze kunnen verwachten en bij wie ze terecht kunnen met vragen. “Veel mkb’ers hebben geen aparte HR-afdeling. HR wordt vaak door iemand ‘erbij’ gedaan. Dan helpt het enorm als er een organisatie is die met je meedenkt.”

Praktische handvatten

Uit de gesprekken met ondernemers bleek ook dat veel bedrijven behoefte hebben aan duidelijke en praktische handvatten om te beginnen. Daarom ontwikkelden de onderzoekers op basis van het onderzoek verschillende tools voor ondernemers. Zo maakten ze een stappenplan dat laat zien waar je als ondernemer op moet letten als je wilt starten met inclusief ondernemen. Denk aan tips om draagvlak te creëren in het team, werk anders te organiseren en gebruik te maken van bestaande regelingen en ondersteuning. De tools zijn getest met een tweede groep ondernemers en verder aangescherpt op basis van hun ervaringen.

De tools helpen ondernemers om voorbereidingen te treffen zodat deze nieuwe medewerkers goed landen in de organisatie. Maar uiteindelijk draait het om de stap dit daadwerkelijk in de praktijk te brengen.

Rol werkontwikkelbedrijven

Juist daar ligt een belangrijke rol voor werkontwikkelbedrijven. Zij zijn expert in mensen met een ondersteuningsvraag begeleiden en ontwikkelen naar en in werk. Die expertise kan voor ondernemers het verschil maken.

Werkontwikkelbedrijven kunnen bijvoorbeeld:

  • helpen bij het vinden van een goede match tussen werk en talent
  • ondernemers ondersteunen bij het aanpassen of anders organiseren van werk
  • begeleiden op de werkvloer met jobcoaching
  • adviseren over regelingen en subsidies

Door die ondersteuning wordt de stap voor ondernemers een stuk kleiner en de kans op een succesvolle plaatsing veel groter.

Het begint bij bekendheid: weten dat je ergens terecht kunt voor advies en ondersteuning.

Zichtbaarheid maakt het verschil

Een belangrijke les uit het onderzoek is dat veel ondernemers zelf niet op het idee komen om contact te zoeken met organisaties die hierbij kunnen helpen. Daarom is het belangrijk om actief het gesprek aan te gaan, zegt Woessner. “Veel organisaties weten simpelweg niet dat er uitvoeringsorganisaties zijn die hen hierbij kunnen helpen. Het begint al bij bekendheid: weten dat je ergens terecht kunt voor advies en ondersteuning.”

Ook voorbeelden uit de praktijk helpen daarbij. Ondernemers laten zich graag inspireren door andere ondernemers. “Een goed voorbeeld doet volgen. Als ondernemers horen dat een bedrijf in dezelfde sector goede ervaringen heeft, maakt dat de stap veel kleiner.”

Daarnaast helpt het als ondernemers met eigen ogen zien hoe het werkt. Wanneer zij zien hoe mensen worden opgeleid, begeleid en aan het werk gaan, wordt het verhaal concreet. “Dan krijgen mensen er een gezicht bij,” zegt Woessner. “Het is niet meer ‘iemand met een ondersteuningsvraag’, maar een mens met talent.”

Werkontwikkelbedrijven kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Door ondernemers uit te nodigen, voorbeelden te laten zien en verbinding te maken met scholen, gemeenten en ondernemersnetwerken wordt de stap steeds kleiner.

Een inclusieve werkvloer als nieuwe norm

Als we dit goed organiseren, kan het mkb een grote rol spelen in een inclusieve arbeidsmarkt. Voor Woessner is het toekomstbeeld helder: “Als ik mag dromen zijn alle mkb-bedrijven een afspiegeling van de samenleving en werken overal mensen met een ondersteuningsvraag. En ondernemers hebben vanzelfsprekend contact met de organisaties in hun regio die daarbij kunnen helpen. Inclusief ondernemen is dan niet iets bijzonders, maar gewoon hoe de arbeidsmarkt werkt.”

Deel deze pagina:

Bekijk ook

Achterbannen stemmen in met cao SW

De achterbannen van VNG, CNV en FNV hebben positief ingestemd met de vernieuwde cao SW. De cao heeft een looptijd van drie jaar en gelden van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028. Hier lees je de belangrijkste afspraken over arbeidsvoorwaarden, duurzame ontwikkeling en inzetbaarheid van medewerkers en de Regeling Vervroegd Uitdiensttreding.

Nieuws