Ga naar de inhoud

Cedris door de ogen van directeur Esmé Rijs: “er gebeurt veel meer dan ik dacht”

Bijna een half jaar geleden stapte Esmé Rijs binnen bij Cedris. Nieuw in de wereld van werkontwikkelbedrijven, maar niet nieuw in de verenigingswereld. Wat volgde? Werkbezoeken door het hele land, open gesprekken met leden en stakeholders, en een sector die haar verraste. “Het voelde meteen als een warm bad,” zegt ze. “Ik werd met open armen ontvangen. Door collega’s én door de leden.” 

Esmé Rijs, directeur bij Cedris.

Een sector die meer is dan ze lijkt 

Wie van buitenaf kijkt, zou kunnen denken dat werkontwikkelbedrijven vooral op elkaar lijken. Maar wie, zoals Esmé, de afgelopen maanden tientallen leden bezocht, ziet iets anders. “De diversiteit is enorm. Hoe een werkontwikkelbedrijf werkt, voor wie het er is en hoe vooruitstrevend het kan zijn, verschilt sterk per regio. Dat heeft alles te maken met lokale keuzes en visies.” 

Wat overal terugkomt, is trots. Trots op de mensen, het werk en de impact. “Ik word vaak rondgeleid. Dan zie je wat er allemaal gebeurt: van fietsen repareren tot lampen maken, van werken op stations tot productiehallen. Dan gaat het leven. Er gebeurt veel meer dan ik dacht.”  

Mensen zien is onze superpower 

Als Esmé één kracht van de sector moet noemen, is het deze: mensen écht zien. “Iedereen wil gezien worden. Onze leden zijn daar uitzonderlijk goed in. Ze kijken naar talenten, naar wat iemand wél kan, en hoe iemand zich kan ontwikkelen richting werk.” 

Tegelijk ziet ze daar ook een spanningsveld. “We zijn intrinsiek nog sterk gericht op het sociale welzijn van de mensen die bij onze leden werken. Dat is prachtig, maar belemmert soms ook. Want er is een verschil tussen pamperen en empoweren. Willen we mensen beschermen, of juist coachen naar zelfstandigheid? Dat is de zoektocht.” 

Esmé Rijs spreekt met een microfoon in de hand op het Cedris-congres 'Circulair en Inclusief: Hoe dan!?'.
Esmé tijdens het Cedris-congres ‘Circulair & Inclusief: Hoe dan?!’. Foto: Lieke van den Oord.

Positie pakken 

De sector is in beweging. Tien jaar na de Participatiewet is de vanzelfsprekendheid van instroom en financiering verdwenen. Dat vraagt om een andere houding. “We moeten naar buiten kijken. Onze plek pakken op de regionale arbeidsmarkt. Daar horen we aan tafel met werkgevers, gemeenten en andere partners.” 

Volgens Esmé ligt hier een belangrijke rol voor Cedris. “Niet door te zeggen wat goed of fout is, maar door het gesprek te organiseren. Door voorbeelden te delen. Door elkaar een spiegel voor te houden. Vanuit de goede bedoeling: samen beter worden.” 

Durven delen 

Wat haar opvalt, is dat er nog veel te weinig wordt gedeeld. “We zijn geen concurrenten van elkaar, maar iedereen vindt zelf het wiel opnieuw uit. Radicaal delen, dát zou ons zoveel verder brengen.” 

Ook in de positionering ziet ze kansen. “We zeggen dat we er zijn voor iedereen met een ondersteuningsvraag, maar handelen daar nog niet altijd naar. Terwijl de arbeidsmarkt schreeuwt om talent. Wij kunnen het expertisecentrum zijn voor iedereen die, tijdelijk of langdurig, een steuntje nodig heeft richting werk.” 

Blik vooruit 

Voor de komende periode heeft Esmé een duidelijke ambitie: scherper vertellen wie we zijn en waar we van zijn. “Werkontwikkelbedrijven hebben zó veel te bieden. Aan mensen én aan werkgevers. Dat verhaal moeten we samen beter laden en uitdragen. Ons motto is ‘Sterk in mens en werk’, laten we dan ook steeds die beide kanten laten zien.” 

En haar eigen rol? Die blijft bewust een beetje dubbel. “Ik wil dichtbij de leden en het werk dat ze doen staan, maar ook afstand houden. Juist om te blijven zien wat misschien normaal is geworden en die spiegel voor te houden. Ik zie genoeg kansen om samen te blijven bouwen aan een vanzelfsprekend inclusieve arbeidsmarkt.” 

Deel deze pagina:

Bekijk ook