Ga naar de inhoud

Statushouders sneller begeleiden naar werk: tijd voor gerichte keuzes

Statushouders brengen talent, vakmanschap en ambitie mee. Juist in sectoren waar werkgevers staan te springen om mensen, biedt dat enorme kansen. Tegelijk laat de tussentijdse evaluatie van de Wet inburgering 2021 zien dat de stap naar passend werk vaker en sneller gezet kan worden. Ook de Algemene Rekenkamer wijst erop dat arbeidsparticipatie achterblijft en dat we kansen laten liggen. Dat vraagt om gerichte keuzes. Niet om nieuwe systemen, maar om betere verbinding tussen wat er al is.

Persoon zit aan een bureau en schrijft aantekeningen terwijl die documenten doorneemt; op tafel liggen notitieblokken, losse papieren en een map.

Wat kan sterker?

De Wet Inburgering 2021 heeft gezorgd voor meer structuur en begeleiding. Dat is winst. Tegelijkertijd laten de evaluatie en het rapport zien waar ruimte voor verbetering ligt:

  • Het taalniveau is toegenomen ten opzichte van de vorige wet. Tegelijkertijd laat de Rekenkamer zien dat het B1-niveau niet altijd het eindpunt hoeft te zijn en dat inburgeraars vaker kunnen worden gestimuleerd om verder te groeien.
  • De arbeidsparticipatie blijft achter. Bovendien is het werk vaak laagbetaald en onder niveau.
  • Ondanks de grote vraag is de doorstroom naar kraptesectoren nog minimaal.
  • Trajecten kennen een lange doorlooptijd, waardoor aansluiting op werk vertraagt en motivatie afneemt.
  • Diploma’s en werkervaring uit het land van herkomst worden niet altijd benut.
  • Duidelijke landelijke en lokale doelen ontbreken om gerichter te sturen op resultaat.
  • Arbeidsinpassing moet deel uitmaken van een breder integratiebeleid dat óók inzet op meedoen, economische zelfstandigheid en minder afhankelijkheid van uitkeringen. Het zo snel mogelijk starten met inburgering en werk – het liefst al tijdens de asielprocedure – versnelt die ontwikkeling.

Deze punten laten zien dat de basis is gelegd, maar dat de volgende stap vraagt om meer samenhang en regie. Want waar taal, werk en begeleiding elkaar versterken, ontstaat tempo. En waar talent centraal staat, groeit perspectief.

Gemeenten in positie

Met de Wet inburgering 2021 kregen gemeenten ruimte om zelf invulling te geven aan inburgering. Dit is een mooi uitgangspunt, maar in de praktijk vraagt de uitvoering veel van gemeenten. Het vinden van voldoende participatieplekken blijkt niet eenvoudig. Ook de combinatie van werk en taalonderwijs is organisatorisch complex. Factoren als woningtekort en beperkte uitvoeringscapaciteit zorgen ervoor dat trajecten niet altijd direct kunnen starten, waardoor ook de stap naar werk vertraging oploopt. Voor inburgeraars zelf is het bovendien intensief om werk of participatie te combineren met taallessen.

Tegelijkertijd groeit bij gemeenten het besef dat een vroege start met taal en werk essentieel is om perspectief te bieden en duurzame participatie te realiseren.

Ketensamenwerking

De Algemene Rekenkamer benadrukt het belang van goede coördinatie tussen taalaanbieders, werkontwikkelbedrijven, werkgevers, welzijnspartijen en vrijwilligersorganisaties. Wanneer deze partijen elkaar tijdig weten te vinden en helder afstemmen, ontstaat meer samenhang in de route naar werk.

Werkontwikkelbedrijven kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Zij hebben ervaring met werkoriëntatie vanaf een vroeg stadium, met duale trajecten en met taalondersteuning op de werkvloer. Veel Cedris-leden voeren al onderdelen van de inburgering uit en begeleiden nieuwkomers in een combinatie van leren en werken. In de praktijk blijkt dat taalontwikkeling, werkervaring en persoonlijke begeleiding elkaar versterken. Regionale samenwerking, maatwerk en investeringen in begeleiding op de werkplek zijn daarbij bepalend voor succes.

Tegelijkertijd vraagt deze aanpak om voldoende middelen. Gemeenten moeten hun wettelijke taken kunnen uitvoeren met passende financiering. De VNG bereidt daarom een onderbouwde inzet richting de Voorjaarsnota voor.

Met duidelijke afspraken, goede samenwerking en realistische randvoorwaarden kan het potentieel van statushouders beter tot zijn recht komen en groeit de stap naar duurzame participatie.

Heleen Heinsbroek

Functie
Senior beleidsadviseur Wetgeving en Nieuwe Doelgroepen
E-mailadres
hheinsbroek@cedris.nl

Deel deze pagina:

Bekijk ook