Ga naar de inhoud

Wsw-statistiek 2025: snellere uitstroom vraagt om toekomstbestendige sociale infrastructuur

De uitstroom van medewerkers uit de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) verloopt sneller dan eerder werd voorzien. Dat blijkt uit de nieuwe Wsw-statistiek 2025. Het aantal Wsw-medewerkers nam het afgelopen jaar af met 7,7 procent tot ruim 51.000 personen. Tegelijkertijd groeit het gebruik van de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) en zet de vergrijzing van de groep medewerkers verder door.

Twee exemplaren van het jaarrapport Wsw-statistiek 2025 liggen op elkaar tegen een lichtpaarse achtergrond.

De cijfers maken de beweging naar een toekomstbestendige sociale infrastructuur urgenter. Terwijl het aantal Wsw-medewerkers sneller afneemt, blijft de behoefte aan ondersteuning naar werk voor andere groepen groot. De kennis, voorzieningen en werkgeversnetwerken die werkontwikkelbedrijven in tientallen jaren hebben opgebouwd, blijven daarvoor hard nodig. Dat vergroot de noodzaak om deze infrastructuur op tijd verder te ontwikkelen voor een bredere groep mensen met een ondersteuningsvraag.

Vergrijzing en uitstroom bepalen beeld

Sinds 2015 is geen nieuwe instroom in de Wsw meer mogelijk. Daardoor wordt de groep Wsw-medewerkers steeds ouder en kleiner. Inmiddels is 80 procent van de Wsw-medewerkers ouder dan 45 jaar en ligt de gemiddelde leeftijd op 53,8 jaar. Jongeren zijn vrijwel verdwenen uit de regeling.

Die vergrijzing is ook terug te zien in de redenen waarom medewerkers de Wsw verlaten. Inmiddels komt 87 procent van de uitstroom uit dienstbetrekkingen door pensionering, langdurige ziekte of overlijden.

Ook de RVU-regeling speelt daarbij een steeds grotere rol. In 2025 maakten 1.758 mensen hiervan gebruik, een stijging van 15,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. De regeling biedt oudere medewerkers de mogelijkheid om eerder te stoppen met werken en draagt daarmee bij aan de versnelde uitstroom.

Verdeling over werkvormen blijft stabiel

De verdeling van Wsw-medewerkers over de verschillende werkvormen verandert nauwelijks. Interne plaatsingen (waaronder Werken-op-locatie) vormen nog altijd het grootste deel. Daarna volgen individuele en groepsdetacheringen. Het aantal medewerkers dat gedetacheerd is of begeleid werkt neemt wel af. Die daling hangt vooral samen met de vergrijzing en uitstroom van de bestaande groep Wsw-medewerkers.

De ondersteuningsvraag verandert

Opvallend is dat medewerkers in begeleid werken gemiddeld jonger zijn dan andere Wsw-medewerkers en relatief vaak een psychische beperking hebben. Ook binnen de totale groep Wsw-medewerkers groeit het aandeel mensen met een psychische of verstandelijke beperking, terwijl het aandeel medewerkers met een lichamelijke beperking afneemt.

Sociale infrastructuur moet meebewegen

De cijfers bevestigen een ontwikkeling die werkontwikkelbedrijven al langer zien: de Wsw verandert van een voorziening met instroom naar een voorziening die vooral wordt gekenmerkt door uitstroom. Tegelijkertijd blijft de vraag naar ondersteuning onverminderd groot. Terwijl het aantal Wsw-medewerkers afneemt, zijn er via de Participatiewet andere mensen die ondersteuning nodig hebben richting werk. Ook zij hebben vaak intensieve begeleiding nodig om werk te vinden, zich te ontwikkelen en duurzaam aan het werk te blijven.

De kennis en infrastructuur die rond de Wsw zijn opgebouwd, krijgen daarmee een bredere betekenis. Werkontwikkelbedrijven zetten hun expertise, voorzieningen en werkgeversnetwerken steeds breder in voor mensen die ondersteuning nodig hebben richting werk. Denk aan mensen in beschut werk, mensen uit de banenafspraak, jongeren en andere groepen met een ondersteuningsvraag.

Het programma Toekomstbestendige Sociale Infrastructuur (TSI) richt zich op de vraag hoe we die infrastructuur voor de toekomst verder kunnen ontwikkelen. Zoals minister Aartsen onlangs in zijn Kamerbrief benadrukte, is die beweging al volop gaande. De Wsw-statistiek 2025 maakt duidelijk waarom het belangrijk is daarop voort te bouwen.

Samen vooruit

De uitdaging voor de komende jaren ligt daarmee niet alleen in het begeleiden van de afbouw van de Wsw. Het gaat vooral om het verder ontwikkelen van een sterke sociale infrastructuur, zodat passende ondersteuning beschikbaar blijft voor Wsw-medewerkers én voor andere mensen die deze ondersteuning nu en in de toekomst nodig hebben. Zo bouwen we verder aan een arbeidsmarkt waarop iedereen met een ondersteuningsvraag welkom en van waarde is.

Heleen Heinsbroek

Functie
Senior beleidsadviseur Wetgeving en Nieuwe Doelgroepen
E-mailadres
hheinsbroek@cedris.nl

Deel deze pagina:

Bekijk ook